- Tekstedities & uitgaven
- Elektronische edities
- Talige corpora
- Principes voor de uitgave van teksten
- TEI by Example
- DALF Guidelines
|
Hendrik Conscience. De Leeuw van Vlaenderen of de Slag der Gulden Sporen. Uitgegeven en toegelicht door Edward Vanhoutte. Brussel/Antwerpen: ASP/Letterenhuis, 2012. (Letterenhuispublicaties 14). 512 pp. ISBN 978-90-5718-145-0. €29,95.De Leeuw van Vlaenderen of de Slag der Gulden Sporen van de 26-jarige Hendrik Conscience verscheen op 31 december 1838. Het is de eerste romantische ridderroman uit Vlaanderen en vormt het begin van de moderne Vlaamse literatuur. Het boek verwierf een immense populariteit, niet in het minst omdat het de Vlamingen een hart onder de riem stak in het almaar meer verfransende België. Voor de nog jonge auteur betekende De Leeuw de start van een glorieuze carrière. Conscience (1812–1883) ging de geschiedenis in als 'de man die zijn volk leerde lezen'. Tot nu toe zijn er van De Leeuw van Vlaenderen meer dan zeventig verschillende uitgaven verschenen in het Nederlands. Nog tijdens het leven van Conscience werd de roman al vertaald in het Duits, Engels en Frans en later onder meer ook in het Afrikaans, Deens, Esperanto, Fins, Pools, Roemeens en Servo-Kroatisch. Verder werd De Leeuw talrijke malen bewerkt voor theater en film en kende het verhaal adaptaties in stripvorm. De tweede druk uit 1843 werd aanzienlijk veranderd. Verwijzingen naar seks en erotiek verdwenen en pittig taalgebruik werd afgezwakt. Ook motto’s moesten het ontgelden en werden vervangen door moreel meer aanvaardbare teksten. Bovendien werd het liberale voorwoord van Conscience geschrapt, zodat het boek netjes binnen de nieuwe (rechtse, katholieke) maatschappelijke krijtlijnen paste. De roman mocht in de nieuwe versie zedelijk dan al meer geschikt zijn voor de beoogde lezers, het verhaal was wel uit balans geraakt en ontdaan van zijn oorspronkelijke naturel. Jammer genoeg is het deze aangepaste, enigszins verminkte druk van De Leeuw waarop de meeste latere uitgaven zijn gebaseerd en die de voorbije generaties hebben gelezen. In 2002 verzorgde Edward Vanhoutte een tekstkritische editie van de eerste druk, mede gebaseerd op zijn onderzoek van de handschriften en brieven van Conscience in het Letterenhuis. Voor de reeks Letterenhuispublicaties herzag Vanhoutte deze inmiddels uitverkochte Lannoo-uitgave en herschreef hij zijn uitgebreide verantwoording. Hiermee wordt Hendrik Consciences oorspronkelijke en veruit beste versie van De Leeuw van Vlaenderen in de best mogelijke conditie beschikbaar. |
|
Daisne, Johan, De trein der traagheid. Digitale editie door Xavier Roelens, Ron Van den Branden & Edward Vanhoutte.De online editie van De trein der traagheid van Johan Daisne betekent een doorbraak voor de digitale editiewtenschap in Vlaanderen. Met deze digitale editie kunnen tot 20 versies van de tekst samen worden bekeken en geanalyseerd, van de drukproef voor de publicatie in het NVT uit 1948 tot de laatste geautoriseerde versie die verscheen tijdens het leven van de auteur in 1977. Alle versies kunnen zowel apart als in om het even welke combinatie met elkaar worden bekeken. Voor elke combinatie van teksten wordt een variantenapparaat gegenereerd waarvan het oriëntatiepunt door de gebruiker zelf wordt bepaald. De verschillende versies van de tekst kunnen zowel in parallelweergave als in leesweergave worden getoond. Van het plan en het handschrift zijn digitale facsimiles opgenomen. Met behulp van de geavanceerde exportfuncties van de editie kan de gebruiker een uitprintbare PDF-versie genereren van een zelf samengestelde editie. Vanzelfsprekend bevat de editie ook een verantwoording, een beschrijving van de tekstgeschiedenis en een bevattelijke technische documentatie. Een handleiding gidst de gebruiker doorheen de verschillende functies die de editie biedt. |
|
Peter de Bruijn, Annemarie Kets-Vree & Edward Vanhoutte (red.), Commentaar! Themanummer Verslagen & Mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 121/3 (2011) [2012]. 112 pp. - ill. €10.In dit themanummer verschijnen alle bijdragen aan het Vlaams-Nederlands symposium teksteditie 'Commentaar!' van 29 oktober 2009. Aanleiding voor dit symposium was de publicatie van de monumentale editie (digitaal en in boekvorm) van de brieven van Vincent van Gogh eerder die maand. Tijdens de dag ston niet alleen de commentaar in de Van Gogh-editie centraal, maar ook onderwerpen als Middeleeuwse commentaartradities, commenaar bij historische teksten, commentaar in digitale context, enzovoort. Tussen de lezingen door waren korte statements voorzien, waarin drie kenners van naam met een krachtig inhoudelijk betoog de discussie in gang zetten. Deze bundel publiceert niet alleen de zes lezingen maar ook de drie statements. Inhoud:Peter de Bruijn, Annemarie Kets-Vree & Edward Vanhoutte, Inleiding, 253-256 |
|
Bert Decorte. Germinal. Documentaire varianteneditie door Femke Vandevelde en Edward Vanhoutte. Met essays van Elke Brems en Dirk De Geest en een voorwoord van Hubert Van Herreweghen. Gent: KANTL, 2012. (Literaire tekstedities en bibliografieën: 20). 2 vol. - 50 + 254 pp. - ill. ISBN: 978-90-72474-87-2. €35.Bert Decortes debuut Germinal sloeg vijfenzeventig jaar geleden in als een donderslag bij heldere hemel. De jonge dichter werd door de doorgaans strenge criticus Marnix Gijsen prompt gebombardeerd tot ‘het eerste phenomeen, het eerste wonderkind’ sinds Paul Van Ostaijen, en Raymond Herreman deed er nog een schepje bovenop door Decorte hoger in te schatten dan Van Ostaijen zelf. Vijf jaar later sprak Urbain van de Voorde nog altijd over 'een verheugende, verrassende verschijning'. De bundel verwierf op korte tijd een cultstatus waaraan de razende beeldspraak, de afwezigheid van een heldere syntaxis en interpunctie, de bijwijlen erotische atmosfeer, en de veelvuldige hantering van klassieke versvormen niet vreemd waren. Germinal is niet alleen vanwege zijn poëtische kwaliteiten een betekenisvolle bundel in de Vlaamse poëziegeschiedenis. Uiteenlopende opvattingen over de kwaliteiten van de bundel culmineerden in een tegenstelling tussen Vlaamse en Nederlandse critici die uiteindelijk tot de opheffing van het tijdschrift Forum zou leiden. Decorte werd er immers van beschuldigd met het gedicht 'De Ruiters' Rimbauds 'Le Bateau ivre' te hebben geplagieerd. Germinal, in 1937 uitgegeven bij de obscure schijnuitgeverij Uilenspiegel in Hoogstraten, is inmiddels nagenoeg onvindbaar geworden en werd sindsdien nooit meer integraal, met dezelfde tekst en dezelfde ordening, gepubliceerd. Vanaf de opname van de bundel in Eerste Gedichten (1948) voerde Decorte bijvoorbeeld het gebruik van interpunctie en hoofdletters in, organiseerde hij de gedichten in cycli, voegde hij een gedicht toe, en liet hij enkele gedichten achterwege – net die die het meest de sfeer van Van Ostaijen opriepen. In de latere verzamelbundels is slechts een selectie uit het debuut opgenomen, met minieme woordvarianten. Met deze documentaire varianteneditie van Germinal krijgen de poëzielezer, de liefhebber van het werk van Decorte en de literatuurwetenschapper een wetenschappelijk verantwoorde uitgave in handen van een opmerkelijk debuut. In het eerste deel van deze uitgave wordt de oorspronkelijke dichtbundel opnieuw uitgegeven. Het tweede deel bevat de wetenschappelijke commentaar: de verantwoording; een overzicht en beschrijving van de documentaire en de lineaire bronnen; de variantenstudie; een documentatiedeel met een essay over de ontstaansgeschiedenis en de receptie van de bundel, de contemporaine kritieken en biografische notities bij alle vermelde personen in de studie; en twee essays van Elke Brems en Dirk De Geest over de poëtica en de ontwikkeling van de dichter Bert Decorte. De editie wordt ingeleid door twee gedichten die Hubert van Herreweghen schreef voor zijn vriend Bert Decorte en waarvan er één tot nog toe ongepubliceerd was gebleven. |
|
Ruud Ryckaert. De Antwerpse spelen van 1561, naar de editie Silvius (Antwerpen 1562), uitgegeven met inleiding, annotaties en registers. Gent: KANTL, 2011. (Literaire tekstedities en bibliografieën: 19). 2 vol. - 1604 pp. - ill. ISBN: 978-90-72474-82-7. €45.Op 3 augustus 1561 maakten veertien Brabantse rederijkerskamers hun opwachting voor de Antwerpse Keizerspoort. Zij zouden de daaropvolgende weken deelnemen aan de slotwedstrijd van het Brabantse landjuweel die al in 1515 van start was gegaan. Het Antwerps concours vormt in velerlei opzichten een mijlpaal in de toneel- en literatuurgeschiedenis van de Nederlanden. Nooit eerder konden zoveel dichters in zo’n korte tijdspanne zo’n verscheidenheid aan genres aan zoveel geïnteresseerden tegelijk presenteren. De faam van het tornooi overleefde de beroerlijke tijden en zijn eigen inrichters dankzij de gedenkbundel Spelen van sinne, die koninklijk drukker Willem Silvius in de herfst van 1562 op de markt bracht: twee rijk geïllustreerde boekdelen met de landjuweelteksten in een kwarto van 312 folio’s en met de haagspelteksent in een kwarto van 66 folio’s. De bundel bevat niet alleen de teksten van één van de grootste literaire manifestaties uit de Nederlandse geschiedenis, het zijn ook de eerste landjuweelteksten die ooit zijn gepubliceerd. Bovendien bevat de bundel de meest representatieve productie van de rederijkerij in al haar diversiteit: prozateksten, balladen, refreinen, liederen en 59 toneelstukken, waaronder 18 spelen van sinne. Op Europees niveau vormt de editie Silvius door haar volume en verscheidenheid aan genres een unieke bron van toneelcultuur in de volkstaal. Uit de ons omringende cultuurgebieden is een manifestatie als het Antwerpse landjuweel, een combinatie van dramatische expressievormen en stedelijke feestcultuur, op dergelijke schaal onbekend. Hoewel de Antwerpse bundel de meest representatieve verzameling landjuweelteksten vormt, was er tot voor kort nog geen moderne uitgave van de editie Silvius beschikbaar. De Antwerpse spelen van 1561, de integrale studie-editie van alle Antwerpse landjuweelteksten met inleiding, annotaties en register, brengt daar nu verandering in. Deze uitgave in twee boekdelen is het resultaat van een editieproject van het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (CTB-KANTL), waaraan Ruud Ryckaert van 2002 tot 2007 werkte. |
|
Anton van Wilderode. De moerbeitoppen ruischten. Documentaire varianteneditie met een kroniek van de genese door Edward Vanhoutte. Met essays van Hugo Brems, Maarten De Pourcq en Carl De Strycker en een voorwoord van Herman Van Rompuy. Gent: KANTL, 2010. (Literaire tekstedities en bibliografieën: 18) 784 pp. - ill. ISBN: ISBN 978-90-72474-82-7. €45.Nooit werd een literair debuut zo fel bejubeld als De moerbeitoppen ruischten, waarmee Cyriel Coupé (1918-1998) in 1943 definitief naam maakte als Anton van Wilderode. De tweeënvijftig gedichten waaruit Van Wilderodes debuutbundel bestond, werden amper een jaar na de eerste druk aangevuld met vier nieuwe gedichten in de tweede vermeerderde druk (1944). Deze zesenvijftig gedichten werden tot de laatste geautoriseerde versie van de bundel in de Verzamelde Gedichten uit 1990 herdrukt met grotere en kleinere varianten van de auteur. De nieuwe editie presenteert de oorspronkelijke teksten, een overzichtelijk variantenapparaat met genetisch commentaar, bibliografische beschrijvingen van al het overgeleverde bronnenmateriaal en een rijk gedocumenteerde reconstructie van de wordingsgeschiedenis van De moerbeitoppen ruischten. Hoogtepunten hierbij zijn de kroniek van de periode 1937-1944 die werd samengesteld op basis van nieuw archiefonderzoek van tot nog toe onbekende dagboeken, kladschriften, briefwisseling en handschriften van de auteur, meer dan 100 nieuwe en ongepubliceerde gedichten van Anton van Wilderode en een facsimile van de unieke bundel Liederen voor December waarmee Van Wilderode deelnam aan de August Beernaertprijs 1941-1942 van de Academie. Hugo Brems, Maarten De Pourcq en Carl De Strycker belichten Van Wilderodes debuutbundel in drie essays en Herman Van Rompuy schreef een voorwoord bij het boek. Naast de heruitgave van een belangwekkend literair debuut, bevat dit boek ook de eerste wetenschappelijke studie van het vroege leven en werk van Cyriel Coupé/Anton van Wilderode. Die toont aan dat de auteur het als informant voor de tot hiertoe verschenen bio-bibliografische publicaties niet zo nauw nam met de historische werkelijkheid. |
|
Peter de Bruijn, Edward Vanhoutte & Bert Van Raemdonck (red.), Trends en thema's in de editiewetenschap. Themanummer Verslagen & Mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 119/2 (2009). 182 pp. - ill. €10.Trends en thema's in de editiewetenschap. bundelt lezingen van drie editiewetenschappelijke colloquia en biedt aldus een overzicht van recente ontwikkelingen in het vak. De titel is ontleend aan de studiedag ‘Trends en thema’s in de editiewetenschap’ op 9 oktober 2008, georganiseerd door het Huygens Instituut en het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie. De andere lezingen zijn afkomstig uit de sessie ‘Tekst en editie’ van het Tweede Congres Nederlandse literatuur ‘Cross Over’, dat op 16 januari 2009 in Leuven plaatsvond, en van het symposium ‘Het beeld van de dichter’, gehouden op 23 april 2009 in Gent. Inhoud:Peter de Bruijn, Edward Vanhoutte & Bert Van Raemdonck, Inleiding, 149 |
|
Ivo Michiels, Het literatuurkritische werk in Het Handelsblad. Deel 1. Bezorgd door Bart Nuyens en Yves T'Sjoen. Gent: KANTL, 2010. (Literaire tekstedities en bibliografieën: 17) 511 pp., ISBN: 978-90-72474-80-3. €37.De bijna 400 literaire kritieken die Ivo Michiels tussen 1948 en 1957 schreef in Het Handelsblad brengen een 'vergeten' fase van zijn schrijverschap in kaart en werpen een nieuw licht op het canonieke beeld van de schrijver. Volgens dat beeld brak de schrijver omstreeks 1957 plotseling radicaal met zijn rechts-katholieke verleden en werd hij herboren als experimentele romanschrijver. Deze vergetelheid en dit imago zijn niet alleen te wijten aan Michiels' distantiëring van het vroegste scheppende proza, maar ook aan het ontbreken van een volledige materiaalverzameling van alle kritieken uit deze periode. De geannoteerde teksteditie van de Handelsblad-kritieken vult deze leemte eindelijk in. Deze literatuurkritieken ontstonden tijdens de leerjaren van de schrijver en tonen zijn verwarrende tweestrijd tussen de traditionele romantische opvattingen over (katholieke) literatuur en de onweerstaanbare fascinatie voor het - vanuit katholieke hoek verwerpelijke - existentialisme en radicale vormexperiment. In de vroege jaren vijftig ergerde Michiels zich bijvoorbeeld aan het werk 'der nieuwbakken miserabilisten' W.F. Hermans en Gerard Reve, maar tegelijkertijd voelde hij er zich op een onverklaarbare manier toe aangetrokken. Het is pas na een jarenlange worsteling met zijn verleden dat Michiels zich uiteindelijk zal afkeren van zijn geloof, zijn rechtse ideologie en zijn traditionele literatuuropvatting. Ivo Michiels openbaart zich in deze kritieken als een peilend, zoekend auteur die geleidelijk aan werkt aan de eigen positie die hij de volgende jaren in de Nederlandstalige literatuur zal bekleden. Het katholicisme en de verwerping van het geloof, maar ook de existentiële twijfel en de traumatische oorlogservaringen zullen later op zeer uiteenlopende manieren thematisch en vormelijk worden uitgewerkt in de Alfa-cyclus en Journal brut. |
|
Bert Van Raemdonck, Niks geniaal vandaag. De briefwisseling tussen Karel van de Woestijne en Emmanuel de Bom. Kapellen: Uitgeverij Pelckmans, 2010. 469 pp., ill. ISBN: 978-90-289-5610-0. €29,50.Tachtig jaar na zijn overlijden geldt Karel van de Woestijne (1878-1929) nog steeds als een van de grootste en meest invloedrijke schrijvers van zijn generatie. Een van zijn innigste vrienden was de Antwerpse schrijver en bibliothecaris Emmanuel de Bom (1868-1953). Samen waren ze betrokken bij tijdschriften als Van Nu en Straks en Vlaanderen, en ze waren ook allebei correspondent voor de Nieuwe Rotterdamsche Courant. Honderden brieven hebben ze aan elkaar geschreven, waarvan er 417 zijn bewaard. Al die brieven zijn in deze editie opgenomen. In hun correspondentie wisselden de beide schrijvers jarenlang nieuwtjes uit over de literaire en artistieke wereld waarin ze leefden, deelden ze lief en leed over hun gezondheid en gemoed, en smeedden ze plannen om er samen op uit te trekken. Hun brieven schetsen een wonderlijk beeld van de artistieke duizendpoot die van de Woestijne was, en tegelijk typeren ze de altruïstische en bemiddelende natuur van Emmanuel de Bom treffend. Lees een voorsmaakje op het Platform Teksteditie. |
|
Inge Nevejans & Edward Vanhoutte, Herman Roelstraete. Thematische catalogus van het werk. Deel I: Verantwoording en indexen; Deel II: Thematische Catalogus. Brussel: Koninklijke Bibliotheek, 2008. 122 + 672 pp., ill. ISBN: 90-6637-144-4. € 10.Herman Roelstraete (1925-1985) was zanger, organist, muziekpedagoog, dirigent, componist en musicoloog. Zijn belangstelling ging vooral uit naar vergeten Vlaamse componisten die hij van onder het stof haalde door partituren uit te schrijven, uitvoeringen en opnamen te begeleiden en lezingen te geven. Hij componeerde meer dan 160 werken, gaande van zeer eenvoudige liederen en volksliedbewerkingen tot grote koorwerken en symfonieën. Zijn oeuvre wordt gekenmerkt door een sterke vormbeheersing en door een zeer grote aandacht voor het melodische aspect. Deze thematische catalogus van het werk van Herman Roelstraete heeft betrekking op alle teruggevonden composities van de componist, i.c. de autografische handschriften van het oeuvre van Roelstraete die door Mevrouw Roelstraete in 1989 haast integraal overgemaakt werden aan de Muziekafdeling van de Koninklijke Bibliotheek van België. Aanvullende gegevens werden gesprokkeld uit secundaire literatuur en uit briefwisseling. Deze catalogus bevat 869 fiches van composities ingedeeld in 176 opusnummers: 120 fiches met enkelvoudig opusnummer (83 opusnummers + 3 fiches zonder opusnummer) en 749 fiches (verzamelfiches inclusief) met meervoudig opusnummer (98 opusnummers in totaal + 4 verzamelbundels zonder opusnummer). Elke fiche in de catalogus geeft informatie volgens een consistente ordening in 18 categorieën: Opusnummer en titel compositie, Genre, Incipit, Bezetting, Tessituur, Toonaard, Ontstaansdatum en -plaats, Tekst en tekstdichter, Uitgaven, Aantal maten en aantal pagina’s, Partituur, partij en formaat, Handschrift, autografische annotaties, druk en vindplaats, Eerste uitvoering, Opdracht, Opmerkingen, Bewerkingen, Opnames en Literatuur over de compositie. De indexen bij deze catalogus ontsluiten de gegevens op al deze categorieën. Met deze Thematische catalogus is het gehele oeuvre van Herman Roelstraete eindelijk in één definitieve uitgave ontsloten. |
|
Eddy van Vliet, Verzamelde gedichten. Tekstkritische editie door Yves T'Sjoen, Christophe Van der Vorst en Els Van Damme. Amsterdam: De Bezige Bij, 2007. 608 p. (ill.). ISBN: 9023426037. € 29,90.Eddy van Vliet (11 september 1942 - 5 oktober 2002) was een van de krachtigste stemmen in de naoorlogse Nederlandstalige poëzie. Hij publiceerde dertien dichtbundels. Zijn werk werd bekroond met de Reina Prinsen Geerlingprijs (1967), de Arkprijs van het Vrije Woord (1971), de Jan Campertprijs (1975) en de Staatsprijs voor Poëzie (1989). In een essay verwoordde Van Vliet zijn geloof in de poëzie als levensbeschouwing: 'Misschien is de dichter wel een der laatsten die verbonden zijn met de realiteit, want niet de dichters maar wij leven in de irreële wereld.' Dat hij als dichter een hoogstpersoonlijke taakopvatting had, spreekt misschien het duidelijkst uit het feit dat hij vanaf het begin, in de bundel Na de wetten van Afscheid & Herfst, over een vader heeft geschreven. Toen Van Vliet 12 jaar oud was, verliet zijn eigen vader het gezin, om nooit meer terug te keren. Het vaderschap is bij Van Vliet onlosmakelijk verbonden met zijn grote thema: de liefde. De angst om in de voetsporen van zijn vader te treden, om zelf de vertrekkende vader te zijn, komt in veel gedichten voor. Het oeuvre mondt uit in het epische gedicht Vader, dat als afzonderlijke bundel is uitgebracht. Het was Van Vliets laatste werk. Met de Verzamelde gedichten is het gehele oeuvre van Eddy van Vliet eindelijk in één definitieve uitgave beschikbaar. |
|
Stijn Vanclooster, De rest is nog veel erger. De briefwisseling tussen Maurice Gilliams en Emmanuel de Bom. Kapellen: Uitgeverij Pelckmans, 2006. 251 p. (ill.). ISBN: 978-90-289-4416-9. € 25.In 1930 begint de boeiende briefwisseling tussen Maurice Gilliams en Emmanuel de Bom, twee auteurs die een belangrijke rol hebben gespeeld in Vlaanderens cultuur- en literatuurgeschiedenis. Gilliams is de schepper van een bijzonder oeuvre dat voor literaire fijnproevers zijn aantrekkingskracht blijft bewaren, terwijl De Bom vooral een onschatbare activiteit aan de dag legde als bibliothecaris, cultureel chroniqueur en mentor van tientallen kunstenaars. Het belang van voorliggende uitgave rust zodoende vooral op twee pijlers: enerzijds de aparte en inmiddels sinds lang algemeen erkende plaats die Maurice Gilliams in het Vlaamse literaire landschap heeft ingenomen, anderzijds de centrale rol die Emmanuel de Bom heeft gespeeld als cultuur'watcher' en -wachter. Als geen ander heeft De Bom meer dan een halve eeuw lang het culturele leven in Vlaanderen op de voet gevolgd en het is geen toeval dat hij, die met zowat geheel cultureel Vlaanderen relaties onderhield, ook met de auteur van Elias of het gevecht met de nachtegalen in verbinding stond. De bijna een kwarteeuw bestrijkende correspondentie belicht onder meer de sociale positie van de correspondenten, laat de evolutie in het literaire veld zien die zij doormaken, werpt een licht op de poëtica van de twee en hun verhouding tot andere schrijvers-kunstenaars, toont hoe De Bom gedurig de artistieke carrière van Gilliams heeft gestimuleerd, legt kortom een belangrijk deel van het literair-culturele netwerk bloot dat in Vlaanderen bestond in de eerste helft van de twintigste eeuw. Daarbij komen tal van culturele figuren ter sprake. Meer algemeen documenteert de brieveneditie ook een kwarteeuw sociale geschiedenis van Vlaanderen, met de Tweede Wereldoorlog als scharnierperiode. Over de oorlog gaat het op vele plaatsen in de brieven. De ruim tweehonderd bewaard gebleven brieven en andere schriftstukken die Gilliams en De Bom met elkaar wisselden, worden in dit boek toegankelijk gesteld voor het grote publiek. Ze zijn integraal en getrouw weergegeven en aangevuld met de nodige literair-historische verklaringen, waarbij wetenschappelijke verantwoordelijkheid en leesbaarheid voorop stonden. Een contextualiserende inleiding voert de lezer de sprankelende brievenwereld binnen. |
|
Bert Van Raemdonck, Allemaal zeep aan onze zolen. Kroniek van het Nieuw Vlaams tijdschrift (1946-1950). Antwerpen: AMVC-Letterenhuis, 2006. 416 p. (ill.). ISBN: 90-767-8509-0. € 22,95.'Hierbij wat documentatie allerhande van het N.V.T. Dit is een voorsmaakje van wat volgt. Laat maar al eenige zolders van het Museum vrij maken!' Op 28 oktober 1946 maakte redactiesecretaris Hubert Lampo een eerste deel van het archief van het Nieuw Vlaams Tijdschrift over aan het AMVC-Letterenhuis. Kon hij vermoeden dat het gehele NVT-archief uiteindelijk meer dan tienduizend brieven, honderden fiches en talloza manuscripten en drukproeven zou bevatten? Allemaal zeep aan onze zolen is het resultaat van een vruchtbare samenwerking tussen het AMVC-Letterenhuis en het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Het boek belicht het ontstaan en de beginjaren van het Nieuw Vlaams Tijdschrift. Het is een verhaal in de vorm van een kroniek, rijkelijk voorzien van illustraties, context en commentaar. Tijdens de eerste vijf jaargangen verscheen er in het NVT een indrukwekkend aantal voorpublicaties van literaire werken: in het spoor van Het dwaallicht (Willem Elsschot) volgden onder meer Het boek van Joachim van Babylon (Marnix Gijsen), De trein der traagheid (Johan Daisne), De ruiter op de wolken (Hubert Lampo), De Metsiers (Hugo Claus) en Zuster Virgilia (Gerard Walschap). Over al deze werken werd door de auteurs en hun collega's druk gecorrespondeerd. Het NVT telde nogal wat eigenzinnige redacteurs in zijn rangen, die allemaal hun eigen visie hadden over de koers die het tijdschrift moest varen. Hun onderlinge correspondentie is grotendeels in de kroniek opgenomen. |
|
Paul Snoek. Gedichten. Tekstkritische leeseditie door Christophe Van der Vorst en Yves T'Sjoen. Met een nawoord van Paul Demets. Tielt: Lannoo – Atlas, 2006. ISBN: 978-90-774-4161-9; € 29,95.Paul Snoek (1933-1981) geldt als een van de bekendste dichters uit Vlaanderen. Hij stond mee aan de wieg van de vernieuwing in de Vlaamse poëzie, en wordt gerekend tot de groep van de 55'ers, het Vlaamse antwoord op de experimentele vernieuwing in Nederland. Zijn krachtige poëzie is moeilijk onder een enkele noemer te vatten. In dit boek zijn voor het eerst alle gedichten van Paul Snoek bijeengebracht: de gebundelde en de ongebundelde, de gepubliceerde en de ongepubliceerde. De teksten zijn zorgvuldig vergeleken met overgeleverde handschriften en typoscripten, eventuele tijdschriftpublicaties van de gedichten én met de originele eerste en eventueel later uitgegeven (geautoriseerde) drukken van Snoeks bundels, volgens de recentste bevindingen van de moderne editiewetenschap. Snoek was ook actief als plastisch kunstenaar. In het boek is daarom een selectie uit zijn plastisch werk opgenomen, die de interactie duidelijk maakt tussen zijn poëzie en zijn schilderwerk. Paul Snoek. Gedichten werd samengesteld door Yves T'Sjoen, docent moderne Nederlandse literatuur aan de Universiteit Gent, en Christophe Van der Vorst van het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde Gent, en bevat een nawoord van dichter, recensent en Snoek-biograaf Paul Demets. |
|
Edward Vanhoutte en Marcel De Smedt (red.), Manuscript Variant Genese / Genesis. Gent: KANTL, 2006, 155p. ISBN 90-72474-68-6. € 10,00.De studie van manuscripten, varianten en de genese van het literaire werk staat in de moderne editietheorie en –praktijk in het brandpunt van de belangstelling. Deze bundel presenteert de lezingen van het internationale colloquium Manuscript – Variant – Genese dat op 12 mei 2004 in Leuven plaatsvond. Alle auteurs besteden aandacht aan de studie van teksten in handschrift, van handschriftelijke varianten en van varianten tussen verschillende drukken. Ze tonen aan dat het onderzoek naar de genese van het literaire werk in belangrijke mate kan bijdragen tot het vaststellen van een betrouwbare auteurstekst, maar ook tot een betere interpretatie van het werk. Deze publicatie bevat essays van Yves T'Sjoen, Marcel De Smedt, H.T.M. van Vliet, Joke Debusschere, Dirk Van Hulle, Domenico Fiormonte & Cinzia Pusceddu en Peter Shillingsburg. De eerste vier bijdragen verschijnen in het Nederlands, de laatste drie in het Engels. Edward Vanhoutte schreef een inleidende tekst, en achteraan in het boek zijn van alle essays samenvattingen opgenomen in het Engels. |
Bestellen bij de boekhandel |
Frederik Backelandt, Patrick Cornillie en Rik Vanwalleghem. Koarle! Karel Van Wijnendaele. Vader van de Ronde van Vlaanderen. Pinguin Productions – Lannoo, 2006. 184 p., ill., gebonden. ISBN: 90-209-6547-6. € 39,95.Karel Van Wijnendaele riep de krant Sportwereld in het leven en organiseerde in 1913 de eerste Ronde van Vlaanderen. Hij was journalist, wedstrijdorganisator, radiocommentator, bondsleider, selectieheer, mentor, manager en biechtvader. In dit lijvige boek hebben de auteurs Frederik Backelandt, Patrick Cornillie en Rik Vanwalleghem het leven van Karel Van Wijnendaele geschetst. In een apart hoofdstuk van het CTB gaat Claudine de Muynck dieper in op de taalkundige bijzonderheden van Van Wijnendaeles journalistieke werk. De extra cd-rom presenteert unieke beelden uit het VRT-archief en originele fragmenten met de stem van Karel Van Wijnendaele. Daarnaast bevat hij ook een volledige leeseditie van Het Rijke Vlaamsche Wielerleven (1942-1943). Christophe Van der Vorst, wetenschappelijk medewerker van het CTB, zorgde voor de leestekst van deze verzameling journalistieke teksten van Van Wijnendaele. |
|
Virginie Loveling. In Oorlogsnood. Virginie Lovelings dagboek 1914-1918. Tekstkritische editie door Bert Van Raemdonck. Gent: CTB (KANTL), 2005. On-line publicatie.In 1999 publiceerde de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde In oorlogsnood. Virginie Lovelings dagboek [1914-1918]. Dat boek was het resultaat van een gezamenlijk project van de KANTL en de Universiteitsbibliotheek Gent. De editie werd bezorgd door Sylvia Van Peteghem en Ludo Stynen, m.m.v. Bert Van Raemdonck, Isabel Vanzieleghem en Bart Van Lierde. Na wekenlang in de 'Tip 10' van De Standaard te hebben gestaan en na lovende recensies van onder meer Sophie De Schaepdrijver, was de hele oplage in een mum van tijd uitverkocht. Vijf jaar na het verschijnen van de leeseditie in boekvorm achtten het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (CTB) van de KANTL en de Universiteitsbibliotheek Gent het raadzaam om een nieuwe editie voor te bereiden. Deze volledige on-line editie verschijnt samen met de publicatie van Virginie Loveling: 'Oorlogsdagboeken. Een vrouw vertelt over haar Eerste Wereldoorlog', een selectie van dagboekfragmenten die werd samengesteld door Ludo Stynen en Sylvia Van Peteghem, en wordt uitgegeven door Meulenhoff / Manteau (ISBN 9085420458). |
|
Hugo Claus. Kleine reeks. Gedichten. Facsimile varianteneditie door Edward Vanhoutte. Met bijdragen van Dirk De Geest, Jean Weisgerber en Georges Wildemeersch. Gent: KANTL, 2005. (Literaire tekstedities en bibliografieën: 10) 206 p. ill. gebonden. ISBN: 90-72474-59-7. € 30,5.Hugo Claus (°1929) debuteerde in 1947 met de bundel Kleine reeks bij Uitgeverij Aurora in Moeskroen. De 19 gedichten die hierin werden opgenomen gaan over vervloeking, gedoemd zijn, de dood, de liefde en het gebrek aan communicatie. In de eerste verzamelbundel Gedichten (1948-1963) werden slechts drie gedichten uit Kleine reeks opgenomen, in de blauwe verzamelaar Gedichten 1948-1993 waren dat er veertien, alle met varianten. Deze facsimile varianteneditie van Kleine reeks biedt de poëzielezer en Clausliefhebber een wetenschappelijk verantwoorde uitgave van een bundel die sinds 1947 quasi onvindbaar is geworden. De editie bestaat uit vier delen. Teksten bevat de eerste en tot nog toe enige apart verschenen druk van de bundel in transcriptie én facsimile. Er is een Verantwoording van de editie en een Commentaar met een beschrijving van de bronnen, een overzicht van de distributie van de teksten, een behandeling van de varianten in de drukgeschiedenis en een beschrijving van de receptiegeschiedenis. In Essays schrijft Georges Wildemeersch over het ontstaan van de bundel, bestudeert Jean Weisgerber de aan- en afwezige vaderfiguur in Kleine reeks en het totale werk van Claus en herleest Dirk De Geest Claus' debuut kritisch. Deze publicatie bevat verder 12 nooit eerder gepubliceerde teksten van Hugo Claus en vijf unieke kleurenreproducties van handschriften van Hugo Claus in een apart kaftje. De editie werd voorbereid aan het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (CTB) van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL), i.s.m. het Studie- en documentatiecentrum Hugo Claus (ISLN) van de Universiteit Antwerpen. |
[Uitverkocht] |
Hugues C. Pernath. Gedichten. Tekstkritische leeseditie door Joris Gerits, Marleen Smeyers en Yves T'Sjoen. Met een nawoord van Joris Gerits. Tielt: Lannoo – Atlas, 2005. 584 p. ISBN: 90-774-4171-9. € 22,50.Hugues C. Pernath werd in 1931 geboren als Hugo Wouters. In de jaren vijftig stond hij mee aan de wieg van de tweede experimentele generatie poëzie in Vlaanderen. Hij maakte naam als redacteur van de tijdschriften Gard Sivik en Het Cahier en werd in Antwerpen het boegbeeld van de legendarische Pink Poets. Zijn gedichten weerspiegelen de intens verscheurde levensvisie en de eeuwige vertwijfeling van een zoekende auteur. Op 4 juni 1975 werd Pernath dood aangetroffen onder aan de trap van de privé-club waar de Pink Poets hun bijeenkomsten hielden. Dertig jaar later verschijnen al zijn gedichten samen in één band. Het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie verzamelde voor deze editie alle bekende en onbekende gedichten en heeft alle varianten in de verschillende versies zorgvuldig met elkaar vergeleken, om de meest geschikte en betrouwbare leestekst aan te bieden. Na de Gedichten van Jos de Haes (Lannoo/Atlas, 2004) presenteert het CTB met de Gedichten van Pernath nu dus opnieuw een wetenschappelijk betrouwbare leeseditie waarin alle gedichten van een fascinerende auteur zorgvuldig zijn samengebracht. Joris Gerits, Marleen Smeyers en Yves T'Sjoen leverden de tekst aan, Joris Gerits zorgde voor een oriënterend nawoord. |
![]() Niet meer beschikbaar |
Johan Daisne. De trein der traagheid. Tekstkritische editie door Xavier Roelens. Gent: KANTL, 2004. 136 p. ISBN 90-72474-56-2. € 15,95.Johan Daisne (1912-1978) heeft met De trein der traagheid generaties lezers geboeid. Hij laat op een spooktrein vol slapende reizigers drie mannen elkaar ontmoeten, tot de trein zomaar ergens te velde stopt. In dit niemandsland gaan ze op zoek naar een teken van leven, maar ze vallen van de ene vreemde gebeurtenis in de andere onverklaarbaarheid. Zijn ze op een verkeerde trein gestapt? Of in het grensgebied tussen leven en dood? En waar voert hen dat naartoe? Hoewel Johan Daisne het verhaal al in 1948 schreef, verscheen het pas in 1963 als een aparte publicatie. De tussentijdse geschiedenis én het succesverhaal dat het boek later op alle schoolbanken bracht na Delvaux' verfilming Un soir, un train is nu na te lezen in deze tekstkritische editie. Deze editie biedt naast een wetenschappelijk verantwoorde uitgave van de tekst op basis van de eerste druk uit 1963 ook een facsimile-uitgave van het oorspronkelijke plan voor het verhaal dat Daisne ooit op de trein schreef, en een uitgebreide editieverantwoording. Dit project van het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (CTB-KANTL) werd uitgevoerd door Xavier Roelens als editeur en wordt nu uitgegeven door de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL). |
|
Herman de Coninck. Een aangename postumiteit. Brieven 1965-1997. Bezorgd door Annick Schreuder. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2004. 860 p. ISBN: 90-295-0979-1. €
|
Bestellen bij de boekhandel |
Jos de Haes. Gedichten. Tekskritische leeseditie door Yves T'Sjoen en Willem Van den Daele. Tielt: Lannoo, 2004. 300 p. ISBN: 90-774-4111-5. € 22,50Enkele maanden na het overlijden van Jos de Haes (1920-1974) publiceerde uitgeverij Orion (Brugge) de verzamelde gedichten. De editeurs C. Bittremieux, H. van Herreweghen, F. de Haes en B.F. van Vlierden baseerden zich nadrukkelijk op de testamentaire wil van de dichter. Dit betekent dat in de eerste druk de vroege gedichten uit het Vlaamse tijdschrift Podium (1943-1944) niet zijn opgenomen, met uitzondering van de gedichten 'Ten dode toe' en 'Een sproke zelf' die in de bundel Ellende van het woord (1946) zijn gepubliceerd. Verder zijn de gedichten uit de reeks 'De diepe wortel' (in de collectieve bundel Aanhef (1941), waarvan De Haes zich later distantieerde, niet opgenomen en is alleen een beperkte selectie uit De Haes' debuutbundel Het andere wezen (1942) en uit Ellende van het woord gepresenteerd. De twee latere bundels, Gedaanten (1954) en Azuren holte (1964) zijn integraal opgenomen. In de tekstverantwoording wijzen de editeurs erop dat de spelling van de gedichten in de eerste twee bundels is aangepast. De criteria op basis waarvan een selectie is gemaakt, en de wijze waarop de spelling is gemoderniseerd, worden niet geëxpliciteerd. De tweede druk van De Haes' verzamelde gedichten is uitgegeven in 1986 (Manteau, Antwerpen, met een voorwoord van Ad Zuiderent). De editeurs (Bittremieux, Van Herreweghen en De Haes) baseerden zich voor die herziene uitgave op de eerste editie. De selecties uit Het andere wezen en Ellende van het woord zijn gehandhaafd, inclusief de spellingaanpassingen. De tekstediteurs voegden vier gedichten toe, die De Haes in 1973 en 1974 ('Avondschemering': postuum) in Dietsche Warande en Belfort publiceerde, een reeks met 'moderne Hebreeuwse gedichten' (in een vertaling van De Haes), alsook een prozatekst 'Voor de studenten van ′Germania′' (een gewijzigde versie van een publicatie in Dietsche Warande en Belfort, 1965). Verder omvat de tweede druk een bio- en bibliografische kroniek. In de 'Verantwoording' (p. 164-165) stellen de editeurs dat Jan Schoolmeesters 'misstellingen in de eerste druk' heeft gecorrigeerd. Er wordt evenwel niet verduidelijkt welke correcties zijn aangebracht. Ook die tweede druk beantwoordt kortom niet aan de basisprincipes voor een wetenschappelijk betrouwbare uitgave. De uitzonderlijk literair-historische betekenis van het dichtwerk van Jos de Haes staat buiten kijf. Niet alleen is zijn werk meermaals bekroond, voor Azuren Holte ontving hij in 1965 de driejaarlijkse Staatsprijs voor Poëzie, zijn gedichten (vooral de klassieker 'Een kus in Ter Kameren') hebben verscheidene Nederlandstalige dichters geïnspireerd (Stefan Hertmans, Huub Beurskens, Stefaan van den Bremt). Deze tekskritische leeseditie verzamelt alle gepubliceerde gedichten van Jos de Haes met een contextualiserend, literairhistorisch nawoord van prof. dr. Erik Spinoy. In de leesuitgave wordt een beknopte tekstverantwoording opgenomen, met een lijst met editeursingrepen en een verantwoording van de keuze van de basisteksten. |
Bestellen bij de boekhandel |
Stijn Streuvels, Levensbloesem. Leeseditie bezorgd door Marcel De Smedt. Jaarboek 9 van het Stijn Streuvelsgenootschap. Tielt: Lannoo, 2004. 224 p. - ill. - ISBN: 90-209-5754-6. € 24,95De roman Levensbloesem in zijn originele vorm heruitgegeven. Het verhaal van Lieveke Glabeke, die als begaafd meisje uit een armoedig gezin uitverkoren wordt om, dank zij het 'Fonds der Meestbegaafden', te studeren, maar uiteindelijk door een aantal noodlottige gebeurtenissen gedwongen wordt naar haar milieu terug te keren. Deze leeseditie biedt de tekst van de eerste druk, wetenschappelijk bestudeerd, met extra faciliteiten voor de lezer: een uitgebreide woordverklaring, met verantwoording, overlevering en ontstaansgeschiedenis van de tekst. Tevens het nieuwe jaarboek van het Streuvelsgenootschap. |
|
Edward Vanhoutte & Yves T'Sjoen (red.), Epistolaria. Tekstgenetische Studies. Antwerpen: AMVC, 2003. 162 p. - ill. ISBN: 90-76785-06-6. € 11
|
|
Jan Dewilde, Ron van den Branden & Edward Vanhoutte, Inventaris van de muziekbibliotheek van Jan Baptist Benoit. Gent: CTB (KANTL), 2003. CD-ROM. € 5.
|
|
Jan Dewilde, ′Tal van oude muziekboekskens′ De familie Benoit en het muziekleven in Harelbeke tijdens de 19de eeuw. (+ CD-ROM: Inventaris van de muziekbibliotheek van Jan Baptist Benoit.) Harelbeke: Stad Harelbeke, 2003. 54 p. ISBN: 90-90171-09-6. € 12.Dit boek brengt het verhaal van Petrus en Jan Baptist Benoit, twee broers die in de 19de eeuw het muziekleven in Harelbeke tot klinken hebben gebracht. Zij hebben mee de basis gelegd voor de bloeiende lokale muziekcultuur waarbinnen hun zoon en neef Peter Benoit zich al op jonge leeftijd als uitvoerend musicus en componist kon ontwikkelen. In het eerste deel werpt Petrus Benoit in zijn 'memoires' een nieuw licht op het Harelbeekse culturele leven in het algemeen en op het muziekonderwijs aan het begin van de 19de eeuw in het bijzonder. Daarna vervolledigt een inventaris van 'tal van oude muziekboekskens' uit de uitgebreide muziekbibliotheek van zijn broer het beeld van een verrassend rijk Harelbeeks muziekleven. De gedetailleerde inventaris staat op een bijgevoegde CD-ROM. Jan Dewilde is wetenschappelijk coördinator van het Studiecentrum voor Vlaamse Muziek, en werkte als wetenschappelijk medewerker bij het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie van 2000-2002. |
|
Jan Dewilde, Stijn Vanclooster & Edward Vanhoutte, ′Ik ga voyageeren door Amerika′ De Amerikaanse concertreis (1893-1894) van Julius J.B. Schrey. Gent: CTB (KANTL), 2003. 96 p. ISBN: 90-72474-503. € 13.Het muziekleven in de 19de eeuw was verrassend internationaal georiënteerd. Solisten en componisten trokken per diligence, stoomtrein of boot van stad naar stad om te concerteren of hun werken te creëren. Van Madrid tot Sint-Petersburg zochten ze hun publiek op. Sommigen waagden zich zelfs aan de grote oversteek en beproefden hun talent aan de andere kant van de oceaan. Een van hen was Antwerpenaar Julius J.B. Schrey, die in de jaren 1893-1894 als violist doorheen de Verenigde Staten trok. Die merkwaardige Amerikaanse ervaring heeft een boeiende neerslag gevonden in de brieven die Schrey met het thuisfront en met collega's wisselde. In deze brieveneditie wordt Schrey's Amerikaanse correspondentie verzameld en op een wetenschappelijk verantwoorde wijze getranscribeerd en geannoteerd. Zodat lezen ook een beetje reizen wordt. Jan Dewilde is wetenschappelijk coördinator van het Studiecentrum voor Vlaamse Muziek, Stijn Vanclooster is wetenschappelijk medewerker van het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, en Edward Vanhoutte is coördinator van dit onderzoekscentrum |
|
Edward Vanhoutte (red.), De ene Leeuw is de andere niet. Zeven maal De Leeuw van Vlaenderen herlezen. Antwerpen: AMVC-Letterenhuis, 2002. 176 p. ISBN: 90-76785-05-8. € 11.Toen Hendrik Conscience De Leeuw van Vlaenderen of De Slag der Gulden Sporen in 1838 de wereld instuurde, kon hij enkel hopen dat dit het begin van de Nederlandstalige literatuur in België zou worden. Meer dan anderhalve eeuw lang heeft De Leeuw een groot lezerspubliek geboeid in tal van herwerkte, hertoetste, hertaalde, bewerkte, geadapteerde of verstripte versies. Vandaag de dag zijn het boek en zijn verhaalstof weliswaar tot ons collectief geheugen gaan behoren, maar of De Leeuw nog daadwerkelijk gelezen - laat staan herlezen - wordt, is veel minder duidelijk. In zeven originele bijdragen gaan de auteurs van deze essaybundel op zoek naar argumenten voor het (her)lezen van De Leeuw van Vlaenderen - dé klassieker onder de klassiekers. Elk vanuit hun eigen specialisme en invalshoek hebben de zeven auteurs De Leeuw van Vlaenderen herlezen, en behandelen ze achtereenvolgens de sociaal-politieke betekenis van het Voorwoord, de literariteit van de roman, de historische context van de verhaalstof, de invloed van en op de Poesje van Antwerpen, de wisselwerking tussen de literaire wereld van Conscience en het muziekleven in de 19de eeuw, en het belang van de roman voor de beeldende kunsten. De essays zijn van de hand van Guido Fonteyn, Johan Van Iseghem, J. Mertens, Rolf Falter, Alfons Thys, Jan Dewilde en Bart Stroobants. Het boek wordt voorafgegaan door een inleiding van samensteller Edward Vanhoutte, die als coördinator van het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde tevens de editeur is van de tekstkritische editie van De Leeuw van Vlaenderen (Lannoo, 2002). |
Bestellen via |
Hendrik Conscience, De Leeuw van Vlaenderen of de Slag der Gulden Sporen. Tekstkritische editie door Edward Vanhoutte, met een uitleiding door Karel Wauters. Tielt: Lannoo, 2002. 537 p. ISBN: 90-209-4452-5. € 39,95.Een literair evenement - een unieke tekstkritische editie onder auspiciën van het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie Toen in 1838 van Hendrik Conscience de roman De Leeuw van Vlaenderen of de Slag der Gulden Sporen verscheen, kon niemand vermoeden dat dit werk een mijlpaal zou worden voor de Nederlandse literatuur in het zuiden van ons taalgebied. De echte erkenning voor roman en schrijver volgde pas een tiental jaar later. De Leeuw van Vlaenderen neemt een geheel eigen plaats in binnen de Europese romantiek van de negentiende eeuw: van de roman is de nationale gedachte de echte spil, en daaraan zijn alle andere verhaalelementen opgehangen. Het werk luidt de herleving in van de Nederlandstalige moderne prozaliteratuur in het zuiden. Hendrik Conscience wierp zich op als een voorloper in het emancipatieproces van Vlaanderen. Met De Leeuw van Vlaenderen gaf hij het onmondige Vlaanderen zijn nationale identiteit terug. Van De Leeuw van Vlaenderen verschenen door de jaren heen tal van versies: van herziene en 'gezuiverde' (of zogenaamde 'hertaalde') edities en brave geromantiseerde versies, tot adaptaties in de vorm van stripverhalen en jeugdboeken. Met deze editie wordt de originele tekst voor het eerst weer in al zijn luister hersteld. Deze uitgave grijpt doelbewust terug naar de eerste druk uit 1838. Deze eerste druk vertegenwoordigt namelijk de eerste volledig overgeleverde en meest uitgebreide versie van De Leeuw van Vlaenderen. In deze eerste druk verscheen bovendien ook het taalpolitieke 'Voorwoord', een tekst van groot literair-historisch belang voor de Vlaamse romankunst. In een uitgebreid nawerk belicht tekstediteur Edward Vanhoutte de tekstkritische aspecten (de overlevering, de genese van de tekst, een verantwoording en annotaties). Edward Vanhoutte is coördinator van het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal-en Letterkunde). Conscience-kenner prof. dr. Karel Wauters plaatst de roman in zijn literaire en cultuurhistorische context. Karel Wauters is hoogleraar aan de UFSIA en doceert er Nederlandse letterkunde. |
|
Edward Vanhoutte (red.), Talig Erfgoed. De Zuidelijke Nederlanden in de 14de eeuw. Gent: KANTL (CTB), 2002. 119 p. ISBN: 90-72474-46-5. € 9.Het niet-literaire talige erfgoed uit de zuidelijke Nederlanden, dat vanaf de 13de eeuw tot nu in geschreven vorm en vanaf het tweede kwart van de twintigste eeuw ook in gesproken vorm tot ons is gekomen, vormt een essentieel onderdeel van het collectieve geheugen van onze contreien. Sommige delen daarvan zijn goed bekend, maar vooral voor wat tussen de 14de en de 18de eeuw geschreven is, is dat maar fragmentarisch. In opvolging van het monumentale Corpus Gijsseling heeft de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde in 2001 een project opgezet in verband met 14de-eeuwse ambtelijke taal. Naar aanleiding hiervan werd op 18 mei 2001 het druk bijgewoonde colloquim Talig Erfgoed gehouden, waarop specialisten uit binnen- en buitenland o.a. de noden van de corpusbouw en de uitgave van middelnederlandse teksten uit alle mogelijke genres (van oorkondetaal tot literaire taal) belichtten, verschillende toepassingen van een dergelijk corpus van 14de-eeuwse teksten uit de zuidelijke Nederlanden illustreerden, en de relevantie en mogelijkheden van humanities computing bij dit alles aantoonden. Voor de publicatie van deze bundel werd er geopteerd om niet de letterlijke weergave van de respectievelijke lezingen af te drukken. De auteurs werden bereid gevonden hun studiedagbijdrage te bewerken, te updaten met nieuw materiaal, en soms zelfs volledig te herschrijven. Het resultaat is een boeiende verzameling studies die het 14de-eeuwse talig erfgoed confronteert met haar verleden... en haar toekomst. De bundel bevat bijdragen van o.a. Georges De Schutter, Marc Boone, Amand Berteloot, Johan Taeldeman, Pieter van Reenen, Jozef van Loon, Tom De Herdt en Edward Vanhoutte. Lees het Vooraf tot deze bundel. |
|
Richard Minne en Frits Van den Berghe F. Een tong van lijntses. Geannoteerde leeseditie van de Brieven van Pierken (1931-1935) Bezorgd door Vincent Neyt. Gent: KANTL, 2002. 552 p. + CD-ROM. ISBN: 90-72474-44-9. € 49.Deze publicatie ontsluit materiaal met een unieke betekenis: de teksten van de Vlaamse dichter en journalist Richard Minne (1891-1965), geïllustreerd door schilder en tekenaar Frits van den Berghe (1891-1939) vormen een intrinsiek waardevol maar vrijwel onbekend gebleven deel van hun beider oeuvre. De Brieven als zodanig kunnen worden beschouwd als een voorloper van het stripverhaal in Vlaanderen. De publicatie bestaat uit twee delen:
Meer info in de persmap. |
|
Jan Dewilde, Me Voici à Paris. Parijse Brieven (1859-1863) van Peter Benoit. Antwerpen: AMVC, 2001 (AMVC-publicaties 4). 363 p. ISBN: 90-76785-03-1. € 18,60.In deze publicatie worden alle bekende brieven die Peter Benoit tussen 1859 en 1863 vanuit Parijs heeft geschreven, verzameld, uitgegeven en uitgebreid geannoteerd. Deze brieven worden bewaard in het AMVC-Letterenhuis in Antwerpen en in het Museum Peter Benoit in Harelbeke. De titel van de publicatie is ontleend aan Benoits eerste bekende Parijse brief die begint met de regel: ′Me voici à Paris.′ Het boek kreeg ondertussen gunstige kritieken, onder andere in de Frankfurter Allgemeine Zeitung en diende ook als basis voor het scenario van de CANVAS-documentaire Peter Benoit. Tussen Brussel en Parijs dat op 27 oktober 2001 werd uitgezonden. |
![]() [Uitverkocht] |
Roger van de Velde, De knetterende schedels. Waarin opgenomen De knetterende schedels & Recht op antwoord. Bezorgd door Britt Kennis. Met een nawoord van Stefan Brijs, Johan Vandenbroucke en Eric Vlaminck. Antwerpen: Nijgh & Van Ditmar, 2001. 203 p. ISBN 90-3887422-7.Als het leven een gevangenis is, dan heeft Roger van de Velde er de kroniek van geschreven. In de roerige jaren zestig was het de sobere, krachtige stem van Roger van de Velde die boven het gejoel uitstak. De Knetterende Schedels bevat zijn beste werk. Van de Velde was als maagpatiënt verslaafd aan pijnstillers, en de jaren zestig bracht hij grotendeels achter de tralies door. Het laconieke realisme waarmee hij zijn medegevangenen portretteert, gaat door merg en been. In elke zin klinkt de echo van zijn leermeester en vriend Willem Elsschot door. Van de Velde's tragische levensverhaal staat centraal in zijn persoonlijk pamflet Recht op antwoord. Deze scherpe aanklacht tegen het Belgische gevangeniswezen is nog altijd pijnlijk actueel. Roger Van de Velde (1925-1970) was schrijver en journalist. Voor Recht op antwoord kreeg hij de Arkprijs van het Vrije Woord. Zijn korte en veelbelovende literaire carrière eindigde abrupt. In 1970 stierf hij in een Antwerps café aan een overdosis palfium. De verhalenbundel De Knetterende Schedels en het pamflet Recht op antwoord worden nu voor het eerst gebundeld. Stefan Brijs, Johan Vandenbroucke en Erik Vlaminck schreven een nawoord. Britt Kennis heeft de teksten van Van de Velde bezorgd. Lees de inleidende toespraak van Edward Vanhoutte bij de voorstelling van het boek op 30 november 2001. |
|
Edward Vanhoutte & Dirk Van Hulle. Paralipomena. Tekstgenetische studies. Antwerpen: AMVC, 2001. (AMVC-publicaties 3). 189 p. ISBN: 90-76785-04-X. € 11,10.Aan de basis van de grootste meesterwerken liggen vaak futiliteiten en prullaria: prentbriefkaarten, faxen, tekeningen, tijdstabellen, reisimpressies, droedels, schema's, aantekeningen, foto's en schetsen van plaatsen of romanfiguren. Omdat dergelijke paralipomena niet tot de eigenlijke versies van een literair werk behoren, worden ze meestal niet in een editie opgenomen. De rol van paralipomena in het schrijfproces is nochtans niet te onderschatten. Ze getuigen van de vaak moeizame manier waarop een literair project vorm heeft gekregen, de pogingen van de schrijver om het overzicht te bewaren, of het beslissende moment waarop het oorspronkelijke project gewijzigd werd. Deze veronachtzaamde sporen in de marge van de literatuur zijn daarom een boeiend onderwerp voor tekstgenetisch onderzoek of de studie van wat er aan de publicatie van een tekst voorafgaat. In deze essaybundel krijgen ze de aandacht die ze verdienen, met bijdragen over J.H. Leopold, Johan Daisne, Peter Benoit, Richard Minne, Stijn Streuvels, Tom Lanoye en Luk Perceval, en een verhaal van Koen Peeters. De auteurs van de bijdragen zijn Dirk Van Hulle, Koen Peeters, H.T.M. van Vliet, Johan Vanhecke, Jan Dewilde, Yves T'Sjoen, Edward Vanhoutte, Harold Polis en Vincent Neyt. |
|
Marcel De Smedt (red.), Teksteditie Vlaanderen 2000. Gent: KANTL (CTB), 2001. 106 p. ISBN: 90-72474-37-6. € 8,50.Dit boek verzamelt de lezingen van de studiedag Teksteditie Vlaanderen 2000 (7 april 2000) naar aanleiding van de presentatie van de elektronisch-kritische editie van Stijn Streuvels' De teleurgang van den Waterhoek door Marcel De Smedt en Edward Vanhoutte. Teksteditie Vlaanderen 2000 biedt een staalkaart van wat er op het vlak van de teksteditie in Vlaanderen in en rond de Academie is verwezenlijkt en bevat bijdragen over de uitgaven van werk van Virginie Loveling, Erycius Puteanus, Richard Minne, Louis Paul Boon en Stijn Streuvels. Aanvullend schetsen de essays van H.T.M. van Vliet, Harold Polis, Georges De Schutter en Saskia de Vries de brede context en de mentaliteit waarbinnen de editiewetenschap een volwaardige wetenschappelijke status heeft, en tot optimale en noodzakelijke cultuurproducten leidt. |
|
Marcel De Smedt & Edward Vanhoutte. Stijn Streuvels. De teleurgang van den Waterhoek. Elektronisch-kritische editie/electronic-critical edition. CD-ROM. Amsterdam/Gent: AUP/KANTL. 2000. ISBN 90-5356-441-1. €
|
|
Dirk Van Hulle & Edward Vanhoutte In het Klad. Tekstgenetische studies. Antwerpen: AMVC, 1999. 176 p. ISBN: 90-76785-01-5. € 9,90.Hoeveel manuscripten liggen er in literaire archieven opgeborgen zonder ooit geconsulteerd te worden? Het archief is geen schrijn waarin alleen gewaakt wordt over de authenticiteit van het literaire patrimonium als een verzameling dorre relikwieën. Het is een plek waar iedereen getuige kan zijn van het meest dynamische aspect van literaire teksten: hun ontstaansproces. Dit boek is een staalkaart van het genetisch literatuuronderzoek dat in de lage landen wordt verricht. Het geeft een nauwkeurig beeld van de verschillende invalshoeken van waaruit het totstandkomen van literaire werken kan worden benaderd. De bijdragen over o.a. Willem Elsschot, Gerrit Achterberg, Guido Gezelle, Richard Minne, James Joyce, Samuel Beckett en Maurice Gilliams zijn van de hand van Pol Hoste, Dirk Van Hulle, Marcel De Smedt, Peter De Bruijn, An De Vos, Yves T'Sjoen, Ingeborg Landuyt, Adriaan van der Weel & Ruud Hisgen, Geert Buelens en Yves van der Fraenen. |




























