De Bezige Bij, 2007, 282 blz. ISBN 978-90-234-25205
Bert Van Raemdonck
bert.vanraemdonck@kantl.beAls Bruno Oblanski, het hoofdpersonage in Oscar van den Boogaards nieuwe roman Magic Man u bekend voorkomt, dan hebt u wellicht ooit ook de derde roman van deze Nederlandse schrijver gelezen. In Bruno’s optimisme (1993) keerde het jonge hoofdpersonage, gebeten om op eigen benen te staan en ten volle van het echte leven te gaan proeven, zijn familie en zijn vertrouwde omgeving de rug toe. In Magic Man zoekt diezelfde Bruno, intussen 31 geworden, zijn roots terug op.
Voor deze sequel heeft Van den Boogaard een zinnetje uit een nummer van hiphoppers The Roots gekozen: I push my seed in her bush for life. Bruno Oblanski is nog steeds een bom die gevuld is met een gevaarlijke cocktail van enerzijds bronstig vitalisme en anderzijds een naar doodsdrift neigende zwartgalligheid. Maar een bom wordt pas een echte bom wanneer hij ook daadwerkelijk barst, en precies dat lot is hem dan ook onvermijdelijk beschoren.
In Magic Man gaat Oblanski terug naar het hotel dat zijn ouders in de Zwitserse bergen runnen om even weer op adem te komen en alles op een rijtje te zetten, maar zijn terugkeer is ook een vlucht. Tijdens de wilde jaren die hij achter de rug heeft, heeft Bruno immers ook zijn partner Max verloren, en in Zwitserland probeert hij de dubieuze omstandigheden waarin dat gebeurd is te vergeten. Tussen zijn nogal ontregel(en)de familie lijkt hij aanvankelijk ook een zekere kalmte terug te vinden, maar wanneer niet alleen een mysterieuze rechercheur maar ook Denise, een aantrekkelijke Braziliaanse schoonheid, in het hotel komt logeren, geraakt Bruno weer helemaal op drift.
In de homoseksuele Bruno ontluikt een verslindende verliefdheid voor de zuiderse femme fatale, die hem niet alleen naar de andere kant van de wereld maar ook naar onbekende plekken in zijn eigen gevoelsleven zal katapulteren. Zo slingert Van den Boogaard zijn intrigerende (anti–)held opnieuw de haarspeldbochten van het volle leven in, wat voor Bruno een nieuw begin is van een confronterende zoektocht die onvermijdelijk tot een resem akelige ontdekkingen moet leiden.
Net als in zijn vorige romans schuwt Van den Boogaard ook in Magic Man de grote thema’s niet. De liefde, het leven en de dood maken pijnlijke scheuren in de ziel van het noodlijdende hoofdpersonage, en Van den Boogaard neemt uitgebreid de tijd om Bruno over die oerthema’s te laten badineren en filosoferen. Toch is Magic Man hoegenaamd geen trage roman. Het wedervaren van Oblanski is daarentegen een nerveuze, gespannen queeste naar (seksuele en spirituele) identiteit, en uiteindelijk naar het grote geluk. Die odyssee brengt ook bij de lezer geregeld een enerverend effect teweeg. Van den Boogaard gunt zijn hoofdpersonage maar weinig helpende actoren en lijkt zowat alle andere personages alleen maar in het leven te hebben geroepen om Bruno’s Bildung in de weg te staan of op de proef te stellen. Als lezer besluipt je daardoor soms net als bij Bruno het verlangen om die emotionele roetsjbaan even te kunnen stopzetten.
Magic Man is een koortsachtige roman waarin Van den Boogaard nog eens diep gegraven heeft in het arsenaal aan thema’s en stijlkenmerken die ook zijn vroegere werk al typeerden. De lezer heeft er een vette kluif aan, en onder meer dankzij de spaarzame zorgvuldigheid waarmee de auteur de ware toedracht over de dood van het personage Max over het boek verspreid heeft, blijft ook deze achtste roman van Van den Boogaard knap overeind. Als auteur zal hij nooit een kampioen van de ingetogenheid worden, maar dat deert eigenlijk ook niet. In de passages waarin hij zijn demonen de vrije loop laat, zoals in een duister verslag over een nachtelijke reis die als een lange roes wordt weergegeven, slaagt de auteur er immers aardig in om zijn lezers te bezweren. Door die combinatie van een bedachtzame structuur en daarin dan de soms ongebreidelde verteldrift, is Magic Man alweer een nieuw exploot van het talent van deze auteur, die stilaan een indrukwekkend oeuvre op zijn naam heeft staan.
© 2007 Bert Van Raemdonck & CTB
Deze tekst verscheen in: De Leeswolf, jrg. 13, nr. 6 (september 2007), p. 412–413.

