Stijn Vanclooster
stijnvanclooster@hotmail.comMaurice Roelants is vooral bekend als vernieuwer van de roman in Vlaanderen in het spoor van Gerard Walschap en Lode Zielens, en als medewerker van het tijdschrift 't Fonteintje (1921-1924). Rond die periodiek voerde het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (CTB) van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL) een project uit in het AMVC-Letterenhuis. De bewaarde handschriften van de meeste medewerkers van dat tijdschrift zijn inmiddels beschreven in Agrippa, zodat de noodzakelijke basis is gelegd voor een diepgaander en vollediger bestudering van het werk van de betrokken auteurs. Onder hen zijn bekende fonteiniers, zoals de redacteuren Richard Minne en Raymond Herreman. [Hoewel Herremans torenhoge nalatenschap erg belangrijke documentatie voor de Vlaamse cultuurgeschiedenis aanbrengt – onder meer oningekeken dagboeken! – werd die evenwel noodgedwongen slechts erg rudimentair ontsloten.] Herreman en Minne waren met Karel Leroux en Maurice Roelants de stichters van 't Fonteintje.
Het tijdschrift was een reactie op het expressionistische blad Ruimte, dat de dingen groots, in kosmopolitisch perspectief zag. Karakteristiek voor 't Fonteintje was het 'zachte' anarchisme van iemand als Richard Minne. 't Fonteintje wilde weer plaats bieden aan het individuele gemoedsleven en is te situeren in de traditie van het tijdschrift Van Nu en Straks. Nog meer knoopt het aan bij de poëtica van een dichter als Jan van Nijlen, wiens relativisme en heldere taalgebruik de medewerkers sterk aanspraken. Later is duidelijk geworden hoezeer de fonteiniers de parlandopoëzie uit de jaren zestig en zeventig hebben helpen voorbereiden.
De handschriften van Maurice Roelants vormen een van de belangrijkste pakketten in de verwerkte dossiers. Niet alleen is dit materiaal vrij volumineus en divers van aard, er zitten zonder meer unieke stukken tussen. Zoals het tijdschrift Moderne Kunst. Totnogtoe werd aangenomen dat dit blad, dat Roelants in zijn studententijd aan de Gentse Normaalschool tussen 1912 en 1913 uitgaf, niet bewaard was gebleven. De vondst betreft twaalf met de hand volgeschreven en kleurrijk geïllustreerde schoolschriftjes, waarvan elke drie maanden één exemplaar (soms met een aanvullend nummer) werd uitgegeven.
Bekend geworden medewerkers van Moderne Kunst waren naast Roelants onder anderen Raymond Herreman en Achilles Mussche. In het blad staan hun eerste gedichten, verhalend proza en kritische beschouwingen. De covers van dit fraai vormgegeven tijdschriftje zijn te zien op Agrippa. Het opduiken van Moderne Kunst toont aan welke verrassingen een inventarisatie in petto kan hebben.
In een van de vele mappen handschriften van Maurice Roelants bevindt zich nog een opmerkelijk document: een gedicht in zeven versies, gespreid over vijf vellen. Boven elk van de bladen schreef Roelants – die overigens erg archivalisch aangelegd was – in welke 'scheppingsfase' het gedicht zich bevindt: respectievelijk 'Chaotische genesisstaat', 'Eerste staat', 'Tweede staat, met varianten, en vierde staat in de dop', 'Vijfde staat met na ons gesprek correcties, dus ook zesde staat' en, ten slotte, 'zevende staat'. Eventjes is de dichter een moderne literatuurwetenschapper: hij toont zich bewust van de genese van een literaire schepping.
Heel wat medewerkers van 't Fonteintje zijn later actief geweest in het tijdschrift Forum (1932-1935). Op de Vlaamse publicisten in dit tijdschrift spitste zich het tweede deel van het project toe. Bij het ontsluiten van de bewaarde handschriften passeerden alweer beroemde namen uit de Vlaamse letteren de revue, zoals Willem Elsschot, Gerard Walschap en Jan van Nijlen.
Ook hier doken verrassingen op, zoals typoscripten (op doorslag) van vier Franse vertalingen door Willem Elsschot van gedichten van zijn vriend Jan Greshoff: 'L'adieu au Navigateur' ('Afscheid van een Oostinjevaarder'), 'Louis Philippe' ('Louise-Philippe'), 'Dans L'Impasse' ('In de steeg') en 'Debout sur le quai' ('Op de kade staande') – zie hiervoor ook Agrippa. De gedichten werden eerder gepubliceerd in een artikel van de Luikse hoogleraar François Closset over Greshoff in La Nouvelle Revue Critique (sept. 1936, p. 394-406). Aan Greshoff schreef Elsschot dat hij hoog opliep met die vertalingen: '′al zeg ik het zelf′ die vertalingen staan zeker zoo hoog als die van De Raaf van Poe door Baudelaire. Debout sur le quai vind ik het beste'. Omdat dit werk niet zo bekend is, volgen hier ter illustratie de eerste twee strofen van het laatste gedicht, met naast Elsschots vertaling het origineel.
Elsschot zal in 2003 overigens zélf in het Frans in de boekhandel verschijnen, in de vertaling van de novelle Kaas die hij uitgerekend aan Jan Greshoff opdroeg.
| Debout sur le quai Si nous n'avions qu'un brin de courage nous partirions tout de suite en voyage; Nous abandonnerions à leur sort cravates, phonographes et que sais-je encore, de même que toutes nos appréhensions, car il suffit d'un peu de décision pour guérir le mal qui nous ronge le coeur, nous remplit d'amertume et exclut tout bonheur. Il faut être abruti pour supporter ce malheur. |
Op de kade staande Eerste Stem Wanneer we een heel klein beetje moedig waren Dan zouden we weggaan en gaan varen; Dan zouden we rustig alles achter laten Al onze dassen en gramophoonplaten, Onze vooroordelen en duizend vreezen. Want zóó alleen kunnen wij genezen Van de verborgen kwaal die aan ons knaagt, Ons hart verbittert en ons verstand belaagt. 't Is een Jan Salie die dit lot verdraagt. |
Tu as raison, il faut partir sans tarder. Mais où diable pourrait-on bien aller? Où donc s'arrêter en vue d'un séjour? Les panneaux Citroën sont à tous les carrefours . Partout on rencontre extrémistes, bordels, parapluies, conserves et racistes. Sur le pont le capitaine se frotte le nez et à Papeete tout marche à l'électricité. Malheur de malheur ! Où faudrait-il aller? |
Tweede Stem Gij hebt gelijk, we moeten gaan vertrekken. Maar, apropos, weet ge nog vrije plekken? Waarheen? De wereld is veel te nauw geworden, Overal staan Citroën's reclameborden, Overal zijn avantgarde-tijdschriften Bordelen, parapluies en Otisliften;– De kapitein leest op de brug De Stem En in Papeete relt een trolleytram... Waarheen, waarheen? We zitten in de klem! |
© Stijn Vanclooster & CTB
Deze tekst verscheen als Stijn Vanclooster. 'Roelants en Elsschot in staat van verdichting.' in: Zuurvrij. Berichten uit het AMVC-Letterenhuis, 3 (december 2002), p. 48-52.

