Uitvoerder: Maria Lesy
Promotores: Prof. dr. Marcel De Smedt (KULeuven), Leen van Dijck (AMVC-Letterenhuis), Prof. dr. Dirk De Geest (KULeuven)
A. Probleemstelling
Onlangs is in het archief van Karel Jonckheere het volledige manuscript opgedoken van Rolande met de bles (1944) van Herman Teirlinck. Het is, naast Maria Speermalie, het tweede grote werk van Teirlincks vitalistische periode. De auteur schreef het werk in de jaren 1940-1943.
De roman bestaat uit veertig brieven van de Brabantse landjonker Renier Joskin de Lamarche aan Rolande, die in Parijs in de wereld van de luxe-prostitutie vertoeft. Het is een briefroman met eenrichtingsverkeer: we krijgen het hele verhaal uit de brieven van Renier; ze werden geschreven tussen 2 februari 1921 en 17 februari 1922.
Zeker nu het volledige manuscript na zovele decennia ter beschikking komt, ligt een wetenschappelijk verantwoorde uitgave voor de hand.
Het werk van Teirlinck behoort tot de top van de Vlaamse en Nederlandse literatuur tijdens de twintigste eeuw. In dat opzicht is het niet meer dan een daad van literair-historische rechtvaardigheid om het onder de aandacht te brengen en te bestuderen. Een nieuw onderzoek naar Rolande met de bles is daarenboven in diverse opzichten belangwekkend. Het materiaal voor een reconstructie van de ontstaansgeschiedenis en de tekstconstitutie is uitermate verscheiden en interessant. De roman is literair-historisch een van de belangrijkste boeken die tijdens de Tweede Wereldoorlog werden geschreven; een kleine oplage is nog in oorlogstijd vertrouwelijk aan vrienden toegestuurd, een aspect dat nooit eerder werd onderzocht. De roman is thematisch en qua genre uitermate boeiend, aangezien Teirlinck een poging onderneemt om het genre van de Franse briefroman bij ons nieuw leven in te blazen. Daarbij komt dat hij aanvankelijk heeft gepoogd om de roman in het Frans te schrijven, na een aantal bladzijden is overgeschakeld op het Nederlands en ten slotte zelf een Franse versie heeft vervaardigd. Voor een onderzoek naar vertaaltechniek en herschrijving is dit uiterst belangrijk studiemateriaal. Ten slotte is ook de kritische receptie van de roman (die als een late uitloper kan gelden van sommige Van Nu en Straks-principes) nooit eerder systematisch onderzocht. Het ligt in de bedoeling om in het kader van én als aanvulling bij het voorgestelde project die ruimere literair-historische dimensie mee in het onderzoek te betrekken.
B. Inhoud en Doelstelling
De bedoeling is te komen tot een studieuitgave van dit merkwaardig werk van een van de grote persoonlijkheden uit de Vlaamse culturele en literaire wereld volgens het principe van de tekstkritische editie. Dat wil zeggen dat er een geconstitueerde leestekst zal zijn, hier gebaseerd op de eerste druk, met eventueel woordverklaringen en annotaties. De ingrepen in de tekst worden verantwoord in lijsten. Daarnaast wordt in de editie een stevig hoofdstuk over de ontstaansgeschiedenis opgenomen op basis van de studie van het handschrift (303 pp.), het typoscript (163 pp.), een gedeeltelijk handschrift van de Franse versie (43 pp.), volledige typoscripten van de Franse versie, en van briefwisseling. Tevens wordt er een hoofdstuk opgenomen over de tekstconstitutie en een over de receptie.
Al het documentaire materiaal bevindt zich in het AMVC-Letterenhuis en is door de veelvuldige schrappingen en toevoegingen allerlei een goudmijn voor de genetische tekststudie.
Een CD-ROM van het volledige handschrift zal aan de editie worden toegevoegd.

