Uitvoerder: Christophe Van der Vorst
Promotores: Prof. dr. Jürgen Pieters (U Gent), Prof. dr. Marc Van Vaeck (KULeuven), Dr. Ad Leerintveld (Koninklijke Bibliotheek, Den Haag)

A. Probleemstelling

In een brief van 12 mei 1647 bedankt René Descartes zijn goede vriend Constantijn Huygens voor het toezenden van het lange gedicht Ooghen-troost, waarvan, zo schrijft hij, ′j'ai trouvé la robe beaucoup meilleure que la bordure′. De beeldspraak herneemt Huygens' begeleidende schrijven bij het toegezonden gedicht waarin hij Descartes er met galante bescheidenheid op wees dat de grote filosoof zich van Huygens' eigen versjes misschien maar niet te veel moest voorstellen: het kleed kon immers best veel minder interessant dan zijn de zoom, en met dit laatste werden dan de talrijke citaten in margine bedoeld waarmee Huygens' zijn eigen maaksel had gesierd. De voorliggende projectbeschrijving ontleent niet alleen zijn titel aan deze correspondentie, maar ook zijn centrale focus: door middel van een elektronische editie van Huygens' gedicht willen we aantonen dat de verhoudingen tussen verzen en marginalia, kleed en zoom, veel complexer liggen dan doorgaans werd gedacht.

Tijdens het schrijven van zijn Ooghen-troost, had Constantijn Huygens een ideale lezer in gedachten, een spiegelbeeld van de christelijke humanist die hijzelf was, vertrouwd met het gedachtegoed waarop zijn troostdicht steunde en bekend met de bronnen die hij bij de compositie ervan had gebruikt. Huygens' hoofdtekst — het eigenlijke gedicht, dat in de brief van Descartes als ′la robe′ wordt aangeduid — gaat vergezeld van een groot aantal tekstfragmenten in margine (′la bordure′). Het betreft citaten van divers pluimage: verzen van klassieke (Griekse zowel als Latijnse) toneelschrijvers (Euripides, Seneca, ...), filosofen (Plato, Seneca, ...) en dichters (Horatius, Ovidius, ...); passages uit brieven en traktaten van Kerkvaders (Augustinus, Hieronymus, ...); citaten uit de Bijbel (OT, NT, Psalmen, ...). Deze citaten ondersteunen, versterken of variëren de gedachte die wordt ontwikkeld in het vers waarbij ze zijn geplaatst: in elk geval bieden ze een bijkomende tweede lectuur bij en/of naast de hoofdtekst.

Onderzoek van de onderlinge verhouding tussen de marginalia echter (gedaan in het kader van de voorbereiding van J. Pieters en L. Gosseye, ′Blindness and Insight: the Rhetorics of Reading in Constantijn Huygens' Ooghen-Troost′, lezing internationaal congres Speaking to the eye, Gent, maart 2006) heeft aangetoond dat de intertekstuele werking van de geciteerde passages verder gaat dan dat. Ook tussen de verschillende in margine geciteerde passages bestaat een verband, dat relatief eenvoudig kan worden gereconstrueerd wanneer de lezer de citaten leest in de context van hun oorspronkelijke vindplaats. Door Huygens niet-geciteerde verzen of passussen wijzen de lezer bovendien niet zelden in de richting van een volgend marginale en op die manier onrechtstreeks naar een volgende passus in het gedicht zelf.

De reconstructie van dat bredere netwerk van verwijzingen en van diverse vormen van lectuur kan ons dus niet alleen een beter begrip van de compositie van het gedicht bijbrengen (daarbij inbegrepen: van Huygens' schrijfpraktijk die tot deze compositie heeft geleid), maar werpt ook een nieuw licht op de concrete leesverwachtingen die Huygens van zijn ideale lezer of diverse lezersgroepen had. Voor de hedendaagse lezer (die voor zijn lectuur van de tekst een beroep kan doen op de editie Zwaan (1984)) worden de marginale referenties geduid met een vertaling van de geciteerde passussen en een verwijzing naar de oorspronkelijke vindplaats (inclusief de nodige correcties op Huygens' niet altijd volledig accurate referenties). Het bredere intertekstuele netwerk dat we hierboven beschreven is voor de moderne lezer niet voorhanden. Voor de contemporaine lezer (hoe gedifferentieerd deze, wellicht ook in Huygens' ogen, moge zijn geweest) was het dat veel meer. Zonder dat we afbreuk willen doen aan de wijze waarop in de zeventiende eeuw met loci communes-verzamelingen werd omgegaan (vgl. hierover Luijtens Catsonderzoek), toch willen we ook aantonen dat Huygens' citaten in margine dienst deden als wat in de humanistische leescultuur wel eens vincula memoriae worden genoemd: tekstfragmenten die de bedoeling hadden bij de (geïnformeerde) lezer het grotere geheel waaruit ze waren gelicht voor de geest te roepen. Die niet-geciteerde passages hebben wat men zou kunnen noemen een virtuele aanwezigheid. Met de beoogde elektronische editie willen we deze virtualiteit zo zichtbaar en productief mogelijk maken, zodat de hedendaagse lezer van Huygens' Ooghen-troost zijn lectuur van de tekst op een zo geïnformeerd mogelijke manier kan aanvatten. De volledige virtuele bibliotheek die via de marginalia in Huygens' werk vervat zit, gaat aan ons immers voorbij, tenzij wij er tijdens het lezen in slagen diverse passages van de citaten na te slaan door te nemen en concreet bij onze lectuur te betrekken. Dat is precies wat de elektronische editie van deze tekst wil mogelijk maken en bewerkstelligen.

B. Inhoud

Een elektronische editie van Huygens' Ooghentroost beoogt natuurlijk in de eerste plaats een wetenschappelijke editie van Huygens' oorspronkelijke tekst in een elektronisch toegankelijk formaat. De aandacht van editeurs voor het werk van Huygens is ook de jongste jaren, ook na het werk van Zwaan en Hermkens, bijzonder groot gebleven. In de reeks Monumenta Literaria Neerlandica verschenen recent edities van Huygens' Nederlandse Gedichten 1614-1625 (ed. Leerintveld, 2001) alsook van de Latijnse gedichten 1607-1620 (ed. Ter Meer, 2004). In dezelfde reeks wordt thans de laatste hand gelegd door Van Strien aan een historisch-kritische editie van Hofwijck (1651). Daarnaast editeerde/vertaalde Frans Blom voor de publieksreeks Klassieken van de Nederlandse Letterkunde Huygens' in het Frans geschreven Journaal van de reis naar Venetië (2003) en de Latijnse autobiografie die Huygens op hoge leeftijd schreef. (Mijn leven verteld aan mijn kinderen, 2003). Dat de Ooghen-troost ontbreekt in deze relatief lange lijst is geen toeval: een volwaardige historisch-kritische editie op papier biedt niet de in dit geval onontbeerlijke mogelijkheden van een elektronische uitgave.

De laatste wetenschappelijke editie van de Ooghentroost is, zoals gezegd, die van Zwaan uit 1984, gemaakt kort voor het overlijden van de editeur. Hoewel het een uitstekende editie betreft waar alle onderzoekers van Huygens' gedicht in mindere of meerdere mate schatplichtig aan zijn, was het Zwaan door het formaat van de ‘papieren-boek-editie' niet mogelijk alle bronteksten (of passages) waaruit de marginalia gelicht zijn voor de lezer onmiddellijk toegankelijk te maken. Dat zou een boek van meer dan duizend pagina's opgeleverd hebben, waarvan het nog de vraag zou zijn of het gedicht lay-outtechnisch leesbaar zou kunnen worden gemaakt. Zwaan, met hulp van L. Ph. Rank voor de citaten, moest zich beperken tot een weergave en vertaling van de citaten en tot het corrigeren van Huygens waar die de foute vindplaats opgeeft voor het citaat (in hoeverre een en ander terug te voeren valt op het gebruik van loci communes-verzamelingen werd in dit geval nog niet onderzocht). Een elektronische editie zal ons toelaten om de ruimere tekstpassages waar Huygens door middel van citaten de lezer naar doorverwees, onmiddellijk toegankelijk te maken. Ironisch genoeg fungeren op die manier de bewuste citaten niet alleen als zoom van de tekst die Huygens schreef, maar ook als borduur van de niet geciteerde passages die voor een goed begrip van Huygens' tekst evenzeer essentieel zijn. Ongetwijfeld zal de centrale focus van het editiewerk (de meerduidige verhoudingen tussen 'robe' en 'bordure' doen oplichten) ons in staat stellen bepaalde passages uit Huygens' gedicht die voor de meeste editeurs (Zwaan incluis) onduidelijk bleven, te verhelderen. Op die manier zal deze editie ook van belang zijn voor het belangrijke interpretatieve werk dat lezers van de Ooghen-troost nog staat te wachten. Dat bij dit alles ook belang moet worden gehecht zowel aan de handschriftelijke als aan de boekhistorische overlevering van Huygens Ooghentroost staat uiteraard buiten kijf.

C. Doelstelling

Dit project beoogt meer dan een gewone aan de vigerende editietechnische criteria beantwoordende presentatie van Huygens' tekst. Met deze elektronische editie van Huygens' gedicht willen we immers de tekst visueel presenteren als een onderdeel van de typisch humanistische handbibliotheek waarvan de ‘hoofdtekst' van Ooghen-troost (het kleed, 'la robe') het onmiskenbare product is. Deze tekst wordt, met andere woorden, letterlijk een tekst tussen andere teksten die op een ruimere manier dan de beperkte vorm van de citaten die door Huygens zijn aangehaald, zullen worden aangeboden. Op die manier wordt de verhouding tussen kleed en zoom geproblematiseerd: de marginalia bieden niet alleen een context, commentaar of notities bij Huygens' eigen verzen, maar tegelijk is ook het omgekeerde waar: het gedicht van Huygens is tegelijk ook te lezen als een commentaar op de tekstpassages die er de aanleiding van vormen.

Een dergelijke presentatie zal niet alleen onze kennis van (het ontstaan van) Huygens' tekst verhogen; maar ze vergemakkelijkt ook de humanistische lectuur die Huygens (gezien zijn nadruk op de 'bordure' in verhouding tot de 'robe') ermee beoogde. Bovendien kan deze visie op de per definitie wederzijdse verhouding tussen 'hoofdtekst' en 'neventekst' de conceptualisering van het intertekstualiteits-principe en van de werking van dat principe in de renaissancistische poëtica verdiepen. Het proefschrift dat in het kader van dit editieproject wordt beoogd moet dus tegelijk ook een methodologische bijdrage leveren aan de theorievorming rond intertekstualiteit.

D. Technologie

Het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde is een belangrijk internationaal geörienteerd onderzoekscentrum op de gebieden van de elektronische editiewetenschap, de elektronische teksteditie, de teksttechnologie, en de creatie van digitale teksten. De expertise die het CTB in de verschillende elektronische projecten tot nog toe heeft vergaard zal van direct belang zijn voor dit project.

D.1. Inventarisatie

Bij de inventarisatie van de handschriftelijke en gedrukte bronnen in dit project (Huygens' Ooghentroost en de teksten uit de humanistische handbibliotheek) zal gebruik gemaakt worden van een database systeem (vb. MS Access), waarin niet alleen informatie over de vindplaats van de bron maar ook analytisch bibliografische (en paleografische) informatie wordt opgeslagen. Deze database wordt later geëxporteerd naar een XML (eXtensible Markup Language) structuur die als input zal dienen voor de meta-informatie bij de bestanden met de transcriptie van de bronnen die in TEI-XML worden gecodeerd (Text Encoding Initiative). De mapping van de XML structuur op de (gemodificeerde) headerstructuur van de transcriptie-bestanden zal gebeuren met XSL Transformatie scripts (eXtensible Stylesheet Language), eventueel met Perl en AWK. Een publiceerbaar repertorium op de marginalia zal automatisch uit dit XML-bestand gegenereerd kunnen worden.

D.2. Transcriptie

De transcriptie van het bronnenmateriaal gebeurt in gevalideerde XML volgens de richtlijnen van de TEI, de standaard voor tekstcodering binnen de humane wetenschappen. Hiervoor zal een DTD (Document Type Definition) of een XML Schema ontwikkeld worden die voor het grootste gedeelte gebaseerd zal zijn op hoofdstuk 18 ′Transcription of Primary Sources′ van de TEI Guidelines for Electronic Text Encoding and Interchange. Hiervoor zal met de recente P5 versie van de TEI worden gewerkt. De transcriptie zal niet alleen rekening houden met de documentatie van meta-informatie over de getranscribeerde documenten die vanuit de inventaris database wordt ingevoerd, maar zal ook vele tekstuele kenmerken coderen met het oog op een breed gebruik voor onderzoek. Hierbij zullen o.a. de volgende kenmerken worden gecodeerd: divisies, paragrafen, gedichten, strofes, lijnen, namen, plaatsen, data, intertekstuele verwijzingen, toevoegingen, schrappingen, regularisatie van de spelling of de verschijningsvorm van woorden, hand, handschrift, pagina (folio), etc. Eventueel kunnen ook het rijmschema en het metrum worden gecodeerd.

Voor de transcriptie van de bronnen in XML zal gebruik worden gemaakt van open source software zoals Textpad, NoteTab Light, J-Edit, exchanger XML Lite editor 3.2.

D.3. Varianten, annotaties, vertalingen

Varianten, annotaties en vertalingen zullen ook in XML worden gecodeerd.

D.4. Presentatie en publicatie

De beoogde editie zal, inclusief de teksten van de marginalia, gepubliceerd worden op het internet in gegenereerde XML m.b.v. stylesheets in XSL en CSS (Cascading StyleSheet).

Een product op CD-Rom kan gegenereerd worden van het tot nog toe in het project aangelegde elektronische archief. De CD-Rom zal ontwikkeld worden m.b.v. het door het CTB ontwikkelde MORKEL framework dat voor het project De trein der traagheid werd ontwikkeld. Het product zal de volgende kenmerken bevatten:

  • Complete transcriptie van alle bronnen, inclusief complete transcriptie van wetenschappelijk verantwoorde basisteksten van de humanistische handbibliotheek; daarbij zal ook recht moeten worden gedaan aan zowel de handschriftelijke als de boekhistorische overlevering van de Ooghentroost.
  • Genormaliseerde teksten van de hoofdtekst
  • Representatie van de bronnen in digitale facsimile’s voor zover beschikbaar
  • Parallellisering van transcriptie en digitale facsimile voor zover beschikbaar
  • Parallellisering van brontekst en vertaling
  • Geavanceerde zoekmechanismen, niet alleen op tekstniveau, maar ook op het niveau van de semantiek die door codering aan de tekst werd toegevoegd.
  • Volledig variantenapparaat dat vanuit om het even welke bron kan worden opgeroepen op het woordniveau
  • Intertekstuele referenties naar de humanistische handbibliotheek
  • Annotaties
  • Glossen
  • Concordantie op de hoofdtekst en de handbibliotheek

D.5. Standaarden

In het project wordt gebruik gemaakt van de volgende standaarden:

  • XML (W3C recommendation)
  • XSL (W3C recommendation)
  • XSLT (W3C recommendation)
  • TEI P5 (Text Encoding Initiative)
  • CSS (W3C recommendation)
  • TEI (Text Encoding Initiative): http://www.tei-c.org
  • W3C (World Wide Web Consortium): http://www.w3.org