Uitvoerder: NN
Promotor: Dr. Yves T'Sjoen, U Gent

A. Probleemstelling

B. Inhoud

a) Studie van primaire en secundaire literatuur

Het primair (archivalisch) materiaal bevindt zich in privaat én in openbaar bezit en is in bibliotheken toegankelijk voor wetenschappelijk onderzoek. De erven Snoek hebben hun toelating verleend voor een nieuwe leesuitgave. Het secundair bronnenmateriaal beperkt zich tot de volgende studies (boekpublicaties en artikelen):

  • Lieve Scheer, De poëtische wereld van Paul Snoek. Proeve van close-reading, A. Manteau, Brussel/Den Haag, 1966.
  • Anne Marie Musschoot, 'Paul Snoek', in Kritisch Lexicon van Nederlandstalige auteurs na 1945 (juni 1981).
  • Herwig Leus, Ik ben steeds op doorreis. De wonderlijke avonturen van Paul Snoek in Vlaanderen, in Rusland en overal elders ter wereld, Manteau, Antwerpen, 1983.
  • Frans Depeuter, De zwarte doos van Icarus. Een studie over het leven en de poëzie van Paul Snoek, De Koofschep, Hilversum/Antwerpen, 1990.
  • Herwig Leus (samenstelling en inleiding), Paul Snoek, in 'Dichters van nu' (nr.2), Poëziecentrum, Gent, 1991.
  • 'Opener dan dicht is toe'. Poëzie in Vlaanderen 1965-1990, red. H. Brems en D. de Geest, Acco, Leuven/Amersfoort, 1991.
  • Yves T'Sjoen, 'Schepper van een luchtkasteel', in Revolver 21 (1994) 1, p.46-55.
  • Yves T'Sjoen, '′Het heilige gebied van vijand en vriend′. Waarheid en stilte in het literaire oeuvre van Hugues C. Pernath en Paul Snoek', in Revolver 22 (1995) 1, p.44-64.
  • Geert Buelens, Van Ostaijen tot heden. Zijn invloed op de Vlaamse poëzie, KANTL/Vantilt, Gent/Nijmegen, 2001.
  • Yves T'Sjoen, 'Ik doe gelijk de missiepaters. Brieven van Paul Snoek aan Karel Jonckheere', in Revolver 28 (2001) 3, p.90-119.
  • Yves T'Sjoen, 'Paul Snoek (1933-1981): van Dada tot Tabula rasa. Literatuur- en kunstkritische opstellen van Paul Snoek in ′Vooruit′ (1956-1959)', in Poëziekrant 25 (2001) 5 (september/oktober), p.72-96.
  • Yves T'Sjoen, 'Nostradamus van Paul Snoek. Een varianteneditie met inleidend literair-historisch en genetisch-interpretatief commentaar', in Verslagen en Mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 114/2 (2004), p.181-262.
  • Yves T'Sjoen, Een lichtvis in het diepste van de zee. Over Paul Snoek, Atlas, Amsterdam, 2005 (ter perse).

Voor de editiewetenschappelijke fundering:

  • Marita Mathijsen, Naar de letter. Handboek editiewetenschap, Van Gorcum, Assen, 1995 (1997²).
b) Transcriptie van primaire bronnen

Voor de transcriptie van Snoeks gedichten wordt uitgegaan van de laatste, door de auteur goedgekeurde druk van de bundels, en de (enige) druk van de verspreid gepubliceerde gedichten. Voor de ongepubliceerde gedichten wordt, zoals hierboven aangegeven, de laatste geautoriseerde versie gekozen (d.w.z. de laatste correctielaag op de jongste redactie van ongepubliceerde gedichten).

Alle gedichten van Paul Snoek moeten worden ingetikt: de digitale transcriptie van het volledig dichtwerk is - gezien de omvang van Snoeks dichterlijk oeuvre - in de tijdsraming inbegrepen. Het is de taak van de editeur geautoriseerde tekstversies editorisch te onderzoeken en een 'zuivere' tekst aan te bieden. Door gebruik te maken van scanapparatuur kan het inlezen/intikken op relatief korte tijd gebeuren. Na een collatie (door de editeur) moeten zetfouten worden gecorrigeerd.

c) Tekstkritisch onderzoek

Het beschikbare archivalische materiaal en de voorpublicaties in tijdschriften worden in het tekstvergelijkend onderzoek betrokken. Voor dit project ligt de klemtoon niet op de tekstontwikkeling, een reconstructie van kladjes en aanzetten of de ontstaansgeschiedenis van de geschreven en gedrukte bronnen. Mogelijk kan een dergelijk deelonderzoek, in de marge van dit project, leiden tot een artikel of lezing.

Het Snoek-project is gericht op een uitgave van het volledig dichtwerk. De overgeleverde gedichten (in handschriftelijke of gedrukte vorm) worden op een tekstkritische manier geëditeerd en verzameld in een bundel die voor een breed publiek én voor verder wetenschappelijk onderzoek betrouwbaar is. Er wordt een tekstverantwoording opgenomen waarin editeursingrepen worden toegelicht, alsook de keuze van de basistekst.

d) Voorbereiden van de uitgave

De uitgave biedt het volledig dichtwerk op een editiewetenschappelijk verantwoorde wijze. Die leesuitgave zal worden gepubliceerd door Atlas en Lannoo (een Nederlands-Vlaamse co-editie, voorjaar 2006). Het nakijken en corrigeren van de drukproeven behoort ook tot de taak van de editeur.

C. Doelstelling

Kritische leeseditie van het volledig dichtwerk van Paul Snoek, uit te geven door Atlas/Lannoo.

D. Beoogde resultaten

Het editiewerk zal resulteren in een commerciële uitgave, te bezorgen door Atlas (Amsterdam) en Lannoo (Tielt). Beide uitgeverijen hebben zich formeel geëngageerd om het poëtisch werk van belangrijke twintigste-eeuwse Vlaamse dichters in een nieuwe, wetenschappelijk onderbouwde en fraai verzorgde reeks op de markt te brengen.

Voorjaar 2004 is als eerste deel in de reeks een betrouwbare leeseditie van het volledig dichtwerk van Jos de Haes uitgegeven. In 2005 wordt de editie Hugues C. Pernath gepresenteerd, en in 2006 de editie Snoek. Beide edities werden door het CTB gerealiseerd.

In de leesuitgave wordt een beknopte tekstverantwoording opgenomen, met een lijst met editeursingrepen en een verantwoording van de keuze van de basisteksten. Er wordt ook een contextualiserend, literairhistorisch nawoord voorzien (te schrijven door een specialist Nederlandse literatuur). Samen met de tekstediteur, en in overleg met de uitgevers, wordt later bepaald wie het nawoord in de editie Snoek zal verzorgen.