Edward Vanhoutte – Coördinator CTB

edward.vanhoutte@kantl.be

  1. Inleiding
  2. Eerste werkjaar 2000-2001
  3. Tweede werkjaar 2001-2002
  4. Administratieve en wetenschappelijke werking

1. Inleiding

Op 5 november 2001 werd de Literaire Prijs van de Stad Antwerpen door Eric Antonis, de Antwerpse schepen voor cultuur, uitgereikt aan het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie. In haar rapport looft de jury de manier waarop het CTB zich in korte tijd heeft opgeworpen als een belangrijk coördinatiepunt dat instaat voor het ontsluiten en bestuderen van het literair erfgoed in Vlaanderen.

Dit verslag over de werking van het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (CTB) rapporteert over het tweede deel van het eerste werkjaar dat liep van 1 augustus 2000 tot 30 september 2001 en de eerste periode van het tweede werkjaar dat loopt van 1 oktober 2001 tot 30 september 2002. (Zie voor een verslag over de werkzaamheden in 2000: Jaarboek 2001 van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, p. 42-45.).

In 2001 ging de aandacht uit naar drie specifieke gebieden:

  1. De consolidatie en valorisatie van de projecten van het eerste werkjaar (2000-2001).
  2. Het aantrekken en opstarten van nieuwe projecten voor het tweede werkjaar (2001-2002).
  3. De bevestiging en uitbouw van de administratieve en wetenschappelijke werking van het CTB.

2. Eerste werkjaar 2000-2001

Vijf van de zeven projecten werden per 30 september 2001 afgerond (Herremans, De Sutter, Roelstraete, Benoit, De Kapel). De overige twee projecten die over twee werkjaren lopen (NVT en Streuvels) werden grondig geëvalueerd en waar nodig bijgestuurd.

Wat het muzikaal erfgoed betreft, werd er gewerkt aan thematische catalogi van het werk van Herman Roelstraete (uitvoerster: Inge Nevejans, promotor: Bernard Huys) en Jules Toussaint de Sutter (uitvoerster: Nele Verstraeten, promotor: Roos Van Driessche). De thematische catalogi worden in de loop van 2002 gepubliceerd door respectievelijk de Koninklijke Bibliotheek van België en het CTB, en zullen, naast muziekincipits, informatie bevatten over het genre, de bezetting, de toonaard, de ontstaansdatum en -plaats, de tekst, de uitgaven, de tessituur, het aantal maten en pagina's, de partituur, de partij en het formaat, het handschrift (inclusief autografische annotaties), de druk- en de vindplaats, de eerste uitvoering, de opdracht, en lijsten van bewerkingen, discografie en literatuur over de compositie. Er worden tevens systematische en chronologische lijsten opgenomen en indexen op opdrachten, tekstdichters en genres. In het geval van Roelstraete gaat het om 176 opusnummers wat geleid heeft tot 868 fiches (dit totaal omvat 120 enkelvoudige composities en 110 verzamelbundels van 2 tot 25 composities). In het geval van De Sutter gaat het over een 200-tal composities aanwezig in 422 manuscripten en gedrukte werken die ook in de bibliotheekcatalogus van het conservatorium van Gent werden ingevoerd en ontsloten. De thematische catalogus van het werk van Toussaint de Sutter zal ook de eerste biografische kroniek over de componist bevatten.

Het project Peter Benoit. Brieven en documenten (uitvoerder: Jan De Wilde, promotor: W. Michaël Scheck) heeft in mei 2001 al geleid tot de publicatie Me voici à Paris. Parijse Brieven (1859-1863) van Peter Benoit, dat voorgesteld werd op de opening van de Benoittentoonstelling Benoit aux enfers in Antwerpen. In deze publicatie worden alle bekende brieven die Peter Benoit tussen 1859 en 1863 vanuit Parijs heeft geschreven, verzameld, uitgegeven en uitgebreid geannoteerd. Deze brieven worden bewaard in het AMVC-Letterenhuis in Antwerpen en in het Museum Peter Benoit in Harelbeke. De titel van de publicatie is ontleend aan Benoits eerste bekende Parijse brief die begint met de regel: ′Me voici à Paris.′ Het boek kreeg ondertussen gunstige kritieken, onder andere in de Frankfurter Allgemeine Zeitung en diende ook als basis voor het scenario van de CANVAS-documentaire Peter Benoit. Tussen Brussel en Parijs dat op 27 oktober 2001 werd uitgezonden.

Het tweede deel van het project - de memoires van vader Petrus Benoit en de inventaris van de muziekbibliotheek van Jean Baptiste Benoit - werd ook afgewerkt en wordt in 2002 door de stad Harelbeke gepubliceerd. Deze studie zal nieuwe informatie aandragen omtrent de muziekopleiding in de vroege 19de eeuw en omtrent de muziekcultuur en de muziekbeleving in een provinciestad.

Op het vlak van het literaire erfgoed werd enkel het project Raymond Herreman. Brieven 1945-1947 afgerond (uitvoerder: Bart Nuyens, promotor: Kris Humbeeck), echter zonder enige vorm van finaliteit. De problemen bij de afwerking van dit project situeren zich op twee terreinen, ten eerste heeft de projectindiener zich vooraf onvoldoende geïnformeerd over de auteursrechterlijke en juridische modaliteiten die enige vorm van publicatie van het materiaal onmogelijk maken, en ten tweede werd er te weinig gecommuniceerd over de inhoudelijke problemen bij het project, die dan vooral te maken hebben met de omvang en de aard van het corpus. Niettemin werd er door de projectuitvoerder hard en wetenschappelijk correct gewerkt. Een corpus van 530 brieven werd geëditeerd en geannoteerd, correspondenten (of hun erfgenamen) werden opgespoord en gecontacteerd, en de tientallen AMVC-mappen met Boekuiltjes, het bijna dagelijkse letterenhoekje van Herreman op de voorpagina van de socialistische krant Vooruit, werden geordend en aangevuld. Momenteel kunnen bij een eventuele toestemming alleen de brieven uit 1945 volledig worden gepubliceerd. De projectuitvoerder werkt wel aan een overzichtsartikel over de correspondentie 1945-1947 dat in 2002 zal verschijnen in het nieuwe elektronische tijdschrift In de steigers (L.P. Booncentrum, UIA) en waaruit zal blijken hoe deze brieveneditie een onthullend beeld schetst van het naoorlogse literaire systeem.

De twee overige literaire projecten rondden hun eerste werkjaar af, en startten het tweede projectjaar op. Het project Stijn Streuvels en zijn Nederlandstalige uitgevers. Uitgave van de briefwisseling (uitvoerder: Joke Debusschere, promotor: Marcel De Smedt) wil, meer dan alleen de inventarisatie van de briefwisseling tussen Stijn Streuvels (1871-1969) en zijn uitgevers, de inhoudelijke ontsluiting en een wetenschappelijk verantwoorde, elektronisch-kritische editie van het epistolaire erfgoed voortbrengen. (De correspondentie tussen Streuvels en de Amsterdamse uitgeversmaatschappij Veen kan echter niet in de editie opgenomen worden vanwege een expliciete claim op het materiaal door het Constantijn Huygens Instituut in Nederland.) In het eerste projectjaar werd de briefwisseling tussen Streuvels en Eugène De Bock (De Sikkel, Antwerpen), Maurits De Meyer (Standaard Boekhandel, Antwerpen), Joris Lannoo (Tielt) Herman Robbers (Elsevier, Amsterdam), en Desclée De Brouwer (Brugge) getranscribeerd, geëditeerd en geannoteerd. Het gaat hierbij om een corpus van ca. 1.200 brieven. Het materiaal wordt aangemaakt in TEI-compliant XML (eXtensible Markup Language) m.b.v. een speciaal voor brievenedities ontwikkelde DTD.

Het project Nieuw Vlaams Tijdschrift (1948-1983). Ontsluiting van het archief (uitvoerder: Bert Van Raemdonck, promotor: Leen van Dijck) heeft al even succesvol het eerste projectjaar afgerond. Op 30 september 2001 waren 8.000 brieven uit de 38 mappen (één per jaargang) ontsloten en gedetailleerd beschreven in Agrippa (naast de correspondenten en de datering zijn gegevens over de aard en de materie van de brieven opgenomen in die beschrijving en vaak is ook het onderwerp bondig samengevat). Daarmee werd de periode 1946-1969 volledig ontsloten. Op het eind van 2001 werd de 10.000ste brief ingevoerd. Die gegevens zijn direct voor de buitenwereld opvraagbaar en leveren een schat aan nieuwe informatie over vb. Teirlinck, Lampo, Gijsen, Gilliams, Daisne, Walschap, Boon, Claus, Michiels, De Wispelaere en Burssens. Van al deze schrijvers zijn talloze biografische studies en zelfs brievenedities verschenen, zonder dat de auteurs kennis hadden van het NVT-archief. Meer dan eens bleven passages daardoor vaag en onduidelijk, of ontbraken er brieven in de edities.

Het project De Kapel en de Maatschappij der Nieuwe Concerten van Antwerpen (literair luik) (uitvoerder: Stijn Vanclooster, promotores: Anne Marie Musschoot & W. Michaël Scheck) werd op 30 september 2001 afgerond en de resultaten worden eind 2002 gepubliceerd in een studie waarin de Kapelgeschiedenis zowel vanuit externe als interne invalshoek wordt benaderd. Het bewaarde materiaal in het archief van het AMVC-Letterenhuis werd tevens ontsloten en opgenomen in Agrippa, wat directe consultatie van de gegevens mogelijk maakt.

Verder voltooide Britt Kennis als tijdelijk onderzoekster bij het CTB de leeseditie Roger van de Velde. De knetterende schedels. Waarin opgenomen De knetterende schedels & Recht op antwoord dat met een nawoord van Stefan Brijs, Johan Vandenbroucke en Eric Vlaminck werd uitgegeven door Nijgh & Van Ditmar, en werd voorgesteld op 30 november 2001.

Op vraag van uitgeverij Lannoo bereidde Edward Vanhoutte een tekstkritische leeseditie voor van Hendrik Conscience. De Leeuw van Vlaenderen of de Slag der Gulden Sporen dat in de zomer van 2002 wordt gepubliceerd.

3. Tweede werkjaar 2001-2002

In de vergadering van de Gemengde Commissie voor Teksteditie en Bronnenstudie (GCTB) van 26 juni 2001 werden de volgende vijf projecten goedgekeurd voor uitvoering in het werkjaar 2001-2002:

Projecttitel Maanden Uitvoerder Promotor
Uitgave briefwisseling Stijn Streuvels met zijn uitgevers. 12 Joke Debusschere Marcel De Smedt
Ontsluiting van het archief Nieuw Vlaams Tijdschrift (1946-1983) 12 Bert Van Raemdonck Leen van Dijck
De Kapel en de Maatschappij der Nieuwe Concerten van Antwerpen (muzikaal luik). 6 Jan Dewilde W. Michaël Scheck
Wetenschappelijke ontsluiting van de verspreide briefwisseling en handschriften Vlaamse medewerkers 't Fonteintje (1921-1924). 12 Stijn Vanclooster Leen van Dijck
Brieven Edgar Tinel (1845-1921) 12 Nele Verstraeten Bernard Huys

Binnen het jaar 2001 werden deze projecten opgestart of verder gezet, en werd de leeseditie van De Leeuw van Vlaenderen verder afgewerkt. Er zal uitvoering over gerapporteerd worden in het Jaarboek 2003 van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde.

Op 26 november kondigde minister Bert Anciaux in de Academie aan dat het CTB een extra enveloppe krijgt voor de realisatie van de brievenuitgave van Herman de Coninck. Een specifiek bedrag werd niet vermeld, noch de termijn waarbinnen de subsidie zal toekomen, zodat vooralsnog geen concrete aanvang kan genomen worden met het project. Het brievenproject werd uitgewerkt en ingediend door de erven De Coninck en de coördinator van het CTB, en is opgevat als een geïntegreerd cultuurproject waarbij het CTB, de erven De Coninck, de erfgoedconvenants Antwerpen en uitgeverij De Arbeiderspers worden betrokken.

4. Administratieve en wetenschappelijke werking

Door analyse van de financiële verslaggeving over het eerste werkjaar (dat met een positief saldo werd afgesloten) en de realiteit van de nieuwe subsidie van 12,9 miljoen BEF (vorige subsidie: 15,9 miljoen voor 15 maanden) werd de honorering van de projecten voor het werkjaar 2001-2002 teruggeschroefd tot 54 maanden. Het personeelsbestand liep daarmee terug van 8,5 fte. (voltijdse eenheden) in 2000-2001 tot 6,5 fte. voor 2001-2002.

Samen met het goede nieuws dat de Literaire Prijs van de Stad Antwerpen werd toegekend aan het CTB, kwam ook het minder goede nieuws van de malaise omtrent het subsidiebesluit op de begroting van 2001. Aan het begin van de elfde maand van het jaar 2001 en de tweede maand van het werkjaar 2001-2002 van het CTB was er nog altijd geen subsidiebesluit voor de toelage aan de KANTL voor het CTB. Door het ontbreken van een dergelijk besluit (laat staan het geld zelf) was het zelfs niet mogelijk om bij de banken een lening aan te gaan om de lonen van de werknemers te kunnen uitbetalen. Het dossier werd behandeld in de ministerraad van 7 december 2001, bijna een jaar na datum van de goedkeuring van de betreffende post op de begroting 2001, en een (veel te dure) lening werd weer aangegaan.

De website van het CTB <http://www.kantl.be/ctb/> is in 2001 operationeel geworden en wordt in de komende tijd gevoelig uitgebreid.

Op het vlak van de wetenschappelijke werking breidde het CTB in 2001 haar internationale contacten uit door de actieve participatie van de coördinator op internationale congressen, werkgroepen etc. De band met het Nederlandse Constantijn Huygens Instituut is allerhartelijkst, en een gezamenlijke studiedag voor 2002 wordt voorbereid.

Op 19 september 2001 organiseerde het CTB i.s.m. het AMVC-Letterenhuis en de Vakgroep Nederlandse Literatuur van de Universiteit Gent een studiedag tekstgenese die dit jaar onder de titel Epistolaria aandacht vroeg voor de editie van brieven. Op deze studiedag kregen de CTB-medewerkers Joke Debusschere, Bart Nuyens, Stijn Vanclooster, Edward Vanhoutte en Bert Van Raemdonck, een forum om hun onderzoek en enkele resultaten aan een breder publiek kenbaar te maken. De lezingen verschijnen in de zomer van 2002 onder redactie van Edward Vanhoutte en Yves T'Sjoen in de reeks AMVC-publicaties.

In 2001 publiceerden de medewerkers van het CTB 5 monografieën en 11 artikels in tijdschriften en boeken, ze hielden 16 lezingen, verzorgden 2 gastcolleges en maakten 1 TV-documentaire. De volledige lijst is te raadplegen op <http://www.kantl.be/ctb/pub/>. Daarnaast besteedden kranten, radio en televisie in verscheidene interviews aandacht aan de wetenschappelijke werking van het CTB.

Edward Vanhoutte
Coördinator CTB